ECLI:NL:OGEAC:2018:35
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering en eindejaarsuitkering voormalig president Centrale Bank Curaçao
De zaak betreft een kort geding tussen de voormalig president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten ([eiser]) en de bank zelf (CBCS). [Eiser] vordert betaling van zijn salaris over december 2017 en januari 2018, alsmede de eindejaarsuitkering over 2017, zonder verrekening van door CBCS voorgeschoten kosten voor rechtsbijstand en fiscaal advies.
De feiten tonen dat [eiser] sinds 1985 bij CBCS werkte en tot oktober 2017 president was. CBCS betaalde kosten voor zijn juridische bijstand in verband met strafrechtelijk onderzoek en bezwaarprocedures. Na zijn ontslag per 1 november 2017 heeft CBCS het salaris over meerdere maanden in één keer betaald en de vordering op [eiser] verrekend.
Het gerecht oordeelt dat de vordering van CBCS tot terugbetaling van de kosten opeisbaar is en dat verrekening geoorloofd was, aangezien de arbeidsovereenkomst per 1 november 2017 was geëindigd. De vordering tot betaling van de eindejaarsuitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en het niet aannemelijk maken van een bijzondere situatie. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de voormalig president van CBCS tot betaling van loon en eindejaarsuitkering worden afgewezen.