ECLI:NL:OGEAC:2018:356

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
17 augustus 2018
Publicatiedatum
14 augustus 2019
Zaaknummer
510.00022/18
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gewapende overval op Tropical Minimarket door minderjarige

Op 5 april 2018 vond een gewapende overval plaats op de Tropical Minimarket in Curaçao. De verdachte, een minderjarige, werd samen met een medeverdachte beschuldigd van diefstal met geweld. De overval werd gepleegd met een mes, waarbij de medewerkster van de minimarket werd bedreigd. De verdachte werd op 27 juli 2018 ter terechtzitting gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.K. Snel. De officier van justitie eiste een jeugddetentie van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met begeleiding door de jeugdreclassering. De verdachte bekende de overval en verklaarde dat hij onder invloed van anderen handelde. Het Gerecht oordeelde dat de verdachte zich niet schuldig had gemaakt aan afpersing, maar wel aan diefstal met geweld. De verdachte werd gedeeltelijk vrijgesproken van de tenlastelegging. Het Gerecht legde een taakstraf op van 100 uren en een voorwaardelijke jeugddetentie van 12 maanden op, met bijzondere voorwaarden voor begeleiding door de jeugdreclassering. De rechter hield rekening met de jonge leeftijd van de verdachte en zijn eerdere onbesproken gedrag. De uitspraak werd gedaan op 17 augustus 2018.

Uitspraak

Parketnummer: 510.00022/18
Uitspraak: 17 augustus 2018 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres]
.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2018.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.K. Snel, advocaat in Curaçao.
De officier van justitie, mr. M. Dennaoui-Simon, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie als bijzondere voorwaarde begeleiding door de jeugdreclassering gevorderd.
De raadsvrouw heeft een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 april 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een nog onbekend hoeveelheid geld uit een (kasregister van Tropical minimarket), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte en/of haar mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of
met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer], heeft gedwongen tot afgifte van voornoemd hoeveelheid geld in elk geval (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan anderen of een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk
- onverhoeds en/of met afgedekt gezicht en/of gewapend met een mes de
winkel van die [slachtoffer] binnen komen lopen en/of met overtal zich
aldaar ophouden en/of
- met dat mes in de richting uitwijzen van die [slachtoffer] en/of tegen die
[slachtoffer] uitroepen: “nami tur sen”.
(artikel 2:291 lid 1/2/3 jo 2:294 lid 1/3 jo 1:123 Wetboek van Strafrecht)
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Partiële Vrijspraak
Het Gerecht is met de officier van justitie van oordeel dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde afpersing, nu het geldbedrag niet is afgegeven, maar weggenomen. De verdachte zal daarom daarvan worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks5 april 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigeningheeft weggenomen een
nog onbekendhoeveelheid geld uit een
(kasregister van Tropical minimarket
), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],
in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte en/of haar mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan
en/of vergezeld en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd door hem, verdachte, en
/ofzijn mededader
(s
)met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
en/of gemakkelijkerte maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
bestaande
dat geweld en/ofdie bedreiging met geweld uit het opzettelijk
- onverhoeds en
/ofmet afgedekt gezicht en
/ofgewapend met een mes de
winkel van die [slachtoffer] binnen komen lopen en
/of met overtal zichaldaar ophouden en/of- met dat mes in de richting
wijzenvan die [slachtoffer] en
/oftegen die
[slachtoffer] uitroepen: “nami tur sen”.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (
cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. [1] De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
1.slachtoffer] deed op 6 april 2018 aangifte van diefstal. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
“Gisteravond (het Gerecht: 5 april 2018) stond ik achter mijn toonbank bij het kasregister van de Tropical minimarket in Curaçao. Omstreeks 21.55 uur zag ik een onbekende jongeman met zijn gezicht bedekt met een wit T-shirt de zaak binnenkomen. Dader 1 stak zijn mes in mijn richting en maande mij om al het geld aan hem af te geven. Dader 1 zei “atrako nami tur sen” (vrije vertaling verbalisant: beroving geef mij al het geld af). Kort hierna rende ook een vrouwelijke dader de minimarket binnen (hierna: dader 2). Dader 2 stak de hand in de lade van het kasregister en nam de dagopbrengst weg. Na hun daad te hebben gedaan vluchten de daders te voet richting de parkeerplaats. Kort hierna kwamen enkele klanten die buiten zaten naar mij toe. Van hun had ik vernomen dat de daders in een grijs gelakte personenauto met de kentekenplaat [kentekenplaatnummer] stapten tijdens hun vlucht.
Dader 2: een vrouw had ook haar gezicht bedekt met iets.” [2]
2.Op 5 april 2018 omstreeks 23:20 uur, werden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding bij de Centrale Meldkamer van een beroving bij het Tropical Minimarket aan het FD Rooseveltweg 373 gedirigeerd naar Kaya Yobida alwaar de personenauto betrokken bij de beroving zich op dat moment bevond. Zij hebben het volgende gerelateerd:
“Op voornoemde datum omstreeks 23:15 uur bevonden wij verbalisanten ons in Kaya Yobida en kwamen de personenauto van het merk Suzuki Swift grijs gelakt voorzien van het kenteken [kentekenplaatnummer] ter hoogte van perceel nummer [huisnummer] die vermoedelijk betrokken was in de beroving op het Tropical Minimarket gelegen aan het adres FD Rooseveltweg.
In de auto op de bijrijdersstoel zat een voor ons verbalisanten onbekende jong meisje. Voor de voornoemd auto, ter hoogte van de motorkap, bevond zich een voor ons onbekende jonge man.
Ik verbalisant [verbalisant 1] vroeg meteen aan de voor ons onbekende man of hij de bestuurder en/of verantwoordelijke was voor de auto. De voor mij onbekende man gaf mij verbalisant [verbalisant 1] ja als antwoord en verklaarde spontaan dat hij deze auto vanaf 19:00 uur bij een vriend gehuurd had.
Als hun naam en verdere gegevens gaven ze op:
[medeverdachte 1]
Geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]
En wonende aan het adres [adres] te [woonplaats].
EN
[medeverdachte 2]
Geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats]
En wonende aan het adres [adres] te [woonplaats].
Hun signalementen kwamen overeen met de verdachten op de video-afbeeldingen.” [3]

3.[medeverdachte 1] heeft ten overstaan van de politie het volgende verklaard:

“Verbalisant: Je bent aangehouden voor een beroving gepleegd op donderdag 5 april 2018 te Tropical Minimarket.Verbalisant: Wat kan je allemaal hierover verklaren?Verdachte: Ja het berust op de waarheid.
Verbalisant: Hoe zijn jullie naar Tropical Minimarket gegaan ?Verdachte: In een grijze verhuurauto, van het merk Suzuki, model Swift.
Verbalisant: Wie trad op als bestuurder van bedoelde auto ?
Verdachte: Ik was de bestuurder.” [4]

4.[medeverdachte 2] heeft ten overstaan van de politie het volgende verklaard:

“Verbalisant: Je bent aangehouden voor een beroving gepleegd op donderdag 05 april 2018 te Tropical Minimarket te F.D. Rooseveltweg nummer 373.Verbalisant: Wat heb je allemaal hierover verklaren?Antwoord: Ik ging die beroving inderdaad plegen. Ik was samen met [bijnaam 1 verdachte] de Tropical Minimarket binnengegaan. Ik was direct naar het kasregister gegaan alwaar ik geld uithaalde en wegrende. [bijnaam 1 verdachte] heeft ook geld uit het register gehaald.” [5]

5.De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

“U vraagt mij wat mijn reactie is op de beschuldigingen (het Gerecht: de op 5 april 2018 gepleegde diefstal). Het klopt, ik heb die overval gepleegd. Ik had een mes in mijn hand en ik heb gezegd “nami tur sen”. Ik word [bijnaam 1 verdachte] of [bijnaam 2 verdachte] genoemd.” [6]
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een beroving van de Tropical minimarket, waarbij de medewerkster/eigenares met een mes werd bedreigd. De verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] hebben daarbij de grootste rol gehad. Zij waren beide voorzien van gezichtsbedekking de minimarket binnengerend en hebben geld meegenomen uit de kassa. Door zo te handelen hebben de verdachte en zijn mededaders het slachtoffer niet alleen financieel benadeeld, maar hebben haar ook een angstige en traumatische ervaring bezorgd. Dit soort berovingen versterken bovendien gevoelens van angst en onveiligheid in de Curaçaose samenleving.
Het Gerecht heeft acht geslagen op de verschillende rapportages omtrent zijn persoon, opgemaakt door de psychiater F.G.M. Heijtel, de psychologen S. Wichard en L. Bonofacia en de Stichting Ambulante Justitiële Jeugdzorg Curaçao (AJJC).
De psychiater concludeert dat de verdachte een lage intelligentie heeft, dat narcistische ontwikkeling van de persoonlijkheid plaatsvindt en dat hij door deze persoonlijkheidsontwikkeling makkelijk beïnvloedbaar is. Daarom acht hij de verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar. Ook de psychologen concluderen dat de verdachte over een beneden gemiddelde intelligentie en een laag niveau van zelfvertrouwen beschikt, waardoor hij sneller beïnvloedbaar is door anderen. De psychologen beoordelen de verdachte als volledig toerekeningsvatbaar. Het Gerecht verenigt zich, mede gelet op de indruk die de verdachte ter terechtzitting heeft gemaakt en het beeld dat uit het rapport van de AJJC naar voren komt, met deze conclusies en maakt deze tot de zijne.
De psychiater, de psychologen en AJJC zijn het er over eens dat de verdachte structurele begeleiding nodig heeft om de kans op recidive te verlagen, om hem te leren omgaan met zijn emoties en weerbaar te zijn tegen slechte invloeden van buitenaf. De psychologen, de psychiater en de AJJC adviseren om de verdachte geen vrijheidsbenemende straf op te leggen, maar ervoor te zorgen dat hij een nuttige dagbesteding in de vorm van school en werk krijgt.
Ter terechtzitting heeft een medewerkster van de AJJC verklaard dat de verdachte zich sinds zijn schorsing stipt heeft gehouden aan de afspraken. Zij geeft aan dat de verdachte terug sturen naar detentie niet goed voor hem zal zijn. Verder geeft zij aan dat zij hoop heeft dat het goed zal komen, als de verdachte begeleiding krijgt.
Ten voordele van de verdachte houdt het Gerecht bovendien rekening met de omstandigheid dat de verdachte ten tijde van het plegen van het strafbaar feit slechts 16 jaar oud was en niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. De verdachte heeft daarnaast ook spijt betuigd.
Het Gerecht acht, op grond van de persoonlijke omstandigheden, niet wenselijk de verdachte terug te sturen naar een justitiële jeugdinrichting. Het Gerecht acht het van belang dat ten volle wordt ingezet op de begeleiding van de verdachte, teneinde te voorkomen dat zij in de toekomst opnieuw strafbare feiten zal plegen. Het Gerecht zal de verdachte – ondanks de ernst van het bewezen verklaarde en de grote rol die de verdachte daarin heeft gehad – geen onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen.
Het Gerecht is, na een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat in dit geval een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 100 uren met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde van jeugdreclasseringstoezicht, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:163, 1:165, 1:169, 1:170, 1:180, 1:181 en 1:182, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hiervoor vermeld onder ‘bewezenverklaring’;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een werkstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren,indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50(vijftig) dagen jeugddetentie;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van 2 (twee) uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag;
veroordeelt de verdachte tot een
jeugddetentievoor de
12 (twaalf) maanden;
bepaalt dat de jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Ambulante Justitiële Jeugdzorg Curaçao, ook indien dit inhoudt dat verdachte zich voor maximaal zes maanden onderwerpt aan elektronisch toezicht, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22 van het Wetboek van Strafrecht.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters, bijgestaan door
mr. T.M.A.D. de Lanoy, (zittingsgriffier), en op 17 augustus 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van
het Gerecht in Curaçao.
uitspraakgriffier:

Voetnoten

1.Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao Bureau Roofovervallen Bestrijding d.d. 10 juli 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 93/18 en de onderzoeksnaam “Tropical”.
2.Proces-verbaal d.d. 6 april 2018, pagina 2 tot en met 4.
3.Proces-verbaal d.d. 5 april 2018, pagina 7 tot en met 10.
4.Proces-verbaal 1ste verhoor d.d. 6 april 2018, pagina 23.
5.Proces-verbaal 2de verhoor d.d. 7 april 2018, pagina 51.
6.Proces-verbaal van de op 27 juli 2018 gehouden terechtzitting.