Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
-/- 34.232
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een definitieve aanslag inkomstenbelasting 2012, waarin de aftrek van rente en kosten eigen woning was gecorrigeerd. Het bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Gerecht oordeelt dat deze overschrijding verschoonbaar is omdat belanghebbende het aanslagbiljet niet heeft ontvangen, waardoor het bezwaar ontvankelijk is.
Inhoudelijk is in geschil of belanghebbende de kosten eigen woning als persoonlijke lasten kan aftrekken, ondanks dat haar echtgenoot het hoogste persoonlijk inkomen heeft. Op grond van artikel 20 LvIB Pro komen deze kosten toe aan de echtgenoot met het hoogste inkomen. De echtgenoot heeft inkomen uit Nederland dat tot zijn persoonlijk inkomen wordt gerekend, waardoor hij het hoogste inkomen heeft.
Het Gerecht volgt de Inspecteur in dat de aftrek bij de echtgenoot moet plaatsvinden, ook al leidt dat tot een geringer fiscaal voordeel. Het beroep wordt gegrond verklaard omdat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, maar het bezwaar inhoudelijk ongegrond verklaard. De Inspecteur wordt opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens ontvankelijkheid, maar inhoudelijk wordt het bezwaar ongegrond verklaard en de aftrek eigen woning toegewezen aan de echtgenoot met het hoogste inkomen.