Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
[kind 1], geboren op [geboortedatum] te Rotterdam, en
[kind 2], geboren op [geboortedatum] te Schiedam (hierna: de minderjarigen).
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De man en de vrouw hadden een niet-huwelijkse relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De man heeft de kinderen niet erkend en vorderde in kort geding een uitreisverbod voor de vrouw met de kinderen en een omgangsregeling. Hij stelde dat er sprake was van family life en dat de vrouw de omgang belemmerde.
De vrouw voerde verweer dat er geen sprake was van family life, dat zij altijd alleen met de kinderen heeft gewoond, en dat de man geen financiële of verzorgende rol had. Na een incident waarbij de vrouw zich verdedigde tegen mishandeling door de man, voelt zij zich onveilig en wil zij met de kinderen naar Nederland verhuizen.
Het gerecht oordeelde dat omdat de man de kinderen niet heeft erkend, er geen familierechtelijke betrekking bestaat en hij geen recht op omgang heeft. De vrouw is bevoegd om met de kinderen naar Nederland te verhuizen zonder rekening te houden met de belangen van de man. De vorderingen van de man worden daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vorderingen van de man worden afgewezen en de vrouw mag met de minderjarige kinderen naar Nederland verhuizen.