Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[Eiseres],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres, een Haïtiaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging in Curaçao. De minister van Justitie wees de aanvraag af omdat de vader van eiseres niet voldeed aan het vereiste duurzame maandinkomen van NAf 3.750,- volgens de Herziene Instructie aan de Gezaghebbers (HIG).
Eiseres voerde aan dat haar vader wel voldoende middelen had, maar kon dit niet met een werkgeversverklaring aantonen. Het Gerecht oordeelde dat de afwijzing terecht was omdat het middelenvereiste niet was aangetoond. Tevens werd het beroep op het recht op gezinsleven uit artikel 8 EVRM Pro verworpen, omdat eiseres geen eerder verblijf had en er geen positieve verplichting bestond om de vergunning te verlenen.
Het Gerecht concludeerde dat er geen inmenging was in het gezinsleven en dat de situatie onvoldoende bijzondere omstandigheden bevatte om van een positieve verplichting te spreken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.