ECLI:NL:OGEAC:2019:100

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
17 mei 2019
Publicatiedatum
3 juni 2019
Zaaknummer
Lar CUR201703621
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 Lar
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding bij pensioenuitkeringskorting

Eiseres, de Sociale Verzekeringsbank, stelde beroep in tegen een beschikking van verweerster waarin een korting op haar pensioenuitkering werd toegepast en een kerstgratificatie werd geweigerd. De bezwaarprocedure werd door verweerster ongegrond verklaard. Het beroep werd echter niet tijdig ingediend, aangezien de beroepstermijn zes weken bedroeg en het beroepschrift pas na deze termijn bij het Gerecht binnenkwam.

Het Gerecht overwoog dat de termijn voor het indienen van beroep zes weken bedraagt en begint te lopen op de dag na de dag waarop de beschikking is gegeven. De datum van ontvangst van het bestreden besluit door eiseres vormt geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding. Eiseres had voldoende tijd om binnen de termijn te reageren.

Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het Gerecht verwees naar een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak waarin de inhoudelijke rechtsvragen reeds waren behandeld.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

in het geding tussen:

[eiseres],

wonend in Nederland, domicilie kiezend in Curaçao,
eiseres,
en

de Sociale Verzekeringsbank,

verweerster,
gemachtigde: mr. M. Bonafasia, werkzaam bij verweerster.

Procesverloop

Bij beschikking van 10 mei 2017 heeft verweerster op de aan eiseres toegekende pensioenuitkering met ingang van 1 januari 2017 een korting van 10% toegepast en die nader vastgesteld op NAf 137,80. Voorts heeft verweerder daarbij bepaald dat eiseres vanaf 2016 niet in aanmerking komt voor een kerstgratificatie.
Bij beschikking van 1 november 2017, aangetekend verzonden op 8 november 2017, (het bestreden besluit), heeft verweerster het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.
De openbare behandeling ter zitting van het Gerecht heeft plaatsgevonden op 10 april 2019. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt aan op de dag na die waarop de beschikking is gegeven. Op grond van het tweede lid geldt als de dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, de dag waarop deze is gegeven. Op grond van het vierde lid blijft, wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kan worden.
2. Ambtshalve dient het Gerecht de ontvankelijkheid van het beroep te beoordelen.
Gebleken is dat verweerster het bestreden besluit op 8 november 2017 aan het juiste adres van eiseres heeft gezonden. De beroepstermijn liep derhalve van 9 november tot 21 december 2017. Eiseres heeft beroep ingesteld bij beroepschrift gedateerd op 22 december 2017, dat niet eerder dan op 9 januari 2019 bij het Gerecht is ingekomen. Zij heeft dan ook het beroep niet tijdig ingediend.
Dat naar eiseres heeft gesteld, zij het bestreden besluit op 25 november 2017 heeft ontvangen, laat onverlet dat zij toen nog voldoende tijd had om binnen de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen. De datum van ontvangst van het bestreden besluit vormt dan ook geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding. Nu daarvan ook overigens niet is gebleken, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding.
3. Het Gerecht wijst eiseres op zijn uitspraak van 14 januari 2019, gepubliceerd ECLI:NL:OGEAC:2019:6, waarbij het in een vergelijkbare casus wel een inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de ook door eiseres opgeworpen rechtsvragen. Die werden in die zaak niet op de door eisers voorgestane wijze beantwoord.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.

Beslissing

Het Gerecht
verklaarthet beroep van eiseres
niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mrs. D. Haan, voorzitter, en J. Sybesma en L.C. Hoefdraad, leden, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019, in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen
zes wekenna kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.