Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Beslissing
[verzoekster],
DE MINISTER VAN JUSTITIE,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaarthet beroep
niet-ontvankelijk; - wijsthet verzoek om een voorlopige voorziening
af.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoekster is door de Minister van Justitie als ongewenste vreemdeling aangemerkt en bevolen uiterlijk 10 mei 2019 uit Curaçao te worden verwijderd, met gelijktijdige bewaring ter verzekering van verwijdering. Verzoekster diende op 18 april 2019 een bezwaarschrift in tegen deze beschikking en vervolgens op 30 april 2019 een beroep bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, tezamen met een verzoek om voorlopige voorziening.
Tijdens de behandeling op 6 mei 2019 verklaarde verzoekster zowel het bezwaar als het beroep te willen handhaven. Het Gerecht overwoog dat op grond van artikel 55 van Pro de Landsverordening Algemene Rijksdienst (Lar) eerst een beslissing op het bezwaarschrift moet worden genomen voordat beroep kan worden ingesteld. Omdat nog geen beslissing op het bezwaar was genomen, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het Gerecht tegelijkertijd uitspraak deed op het beroep. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.