ECLI:NL:OGEAC:2019:12

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
17 januari 2019
Publicatiedatum
1 februari 2019
Zaaknummer
CUR201600569
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Landsverordening op de Loonbelasting 1976Art. 21 ALLArt. 4.8 lid 2 Ministeriële regeling formeel belastingrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Looncorrectie lidmaatschap Rotary en entreekaarten Curaçao North Sea Jazz Festival

Belanghebbende, een uitgeverij, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over 2012, inclusief een vergrijpboete, omdat de Inspecteur de kosten van het lidmaatschap van de directeur bij de Rotary voor de helft en de volledige waarde van entreekaarten voor het Curaçao North Sea Jazz Festival als loon kwalificeerde.

Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat deze vergoedingen geen loonbestanddeel vormden. Het Gerecht oordeelde dat het lidmaatschap voornamelijk een privékarakter heeft, ondanks zakelijke netwerkmogelijkheden, en dat de Inspecteur terecht de helft van de kosten als loon heeft gerekend. Ook werden de entreekaarten volledig tot het loon gerekend, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de werknemers het festival moesten bezoeken voor verslaggeving.

De vergrijpboete werd gehandhaafd omdat belanghebbende lichtvaardig had gehandeld door geen fiscaal advies in te winnen over de kwalificatie van de vergoedingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en vergrijpboete worden gehandhaafd.

Uitspraak

Uitspraak van 17 januari 2019
BBZ nr. CUR201600569
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
X N.V.,gevestigd te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend te Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende is op 4 december 2015 een naheffingsaanslag in de loonbelasting over het jaar 2012 opgelegd van NAf 2.756. Daarbij is een vergrijpboete (25%) opgelegd van NAf 689.
1.2
Belanghebbende heeft op 2 februari 2016 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en de vergrijpboete.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 21 juni 2016 de naheffingsaanslag en de vergrijpboete gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft op 19 augustus 2016 tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.
1.5
De Inspecteur heeft op 6 juni 2017 een verweerschrift ingediend.
1.6
De zitting heeft op 28 juni 2017 plaatsgevonden. Belanghebbende is vertegenwoordigd door A. Namens de Inspecteur is verschenen mr. B.

2.FEITEN

2.1
Belanghebbende exploiteert een uitgeverij. Zij geeft onder meer een krant uit.
2.2
De directeur/enig aandeelhouder van belanghebbende is lid van de Rotary. Belanghebbende heeft de kosten van het lidmaatschap voor het jaar 2012 ten bedrage van NAf 2.275 voor haar rekening genomen.
2.3
Verder heeft belanghebbende aan vier werknemers - de directeur/enig aandeelhouder, het hoofd van de administratie en twee medewerkers van de afdeling opmaak - entreekaarten verstrekt voor het Curaçao North Sea Jazz Festival 2012 ter waarde van in totaal NAf 2.485.
2.4
Bij het vaststellen van de naheffingsaanslag loonbelasting heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat de betaling voor het lidmaatschap van de Rotary voor de helft, en dat de waarde van de verstrekte entreekaarten volledig tot het loon moeten worden gerekend.

3.GESCHIL

3.1
In geschil is of de Inspecteur terecht voornoemde looncorrecties in aanmerking heeft genomen. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.
3.2
Belanghebbende concludeert tot vermindering van de naheffingsaanslag. De Inspecteur concludeert tot handhaving.
3.3
Verder is tussen partijen de vergrijpboete van NAf 689 in geschil.

4.BEOORDELING

Loonbelasting

4.1
Ingevolge artikel 6 Landsverordening Pro op de Loonbelasting 1976 is loon al hetgeen onder welke naam of vorm ook uit een dienstbetrekking wordt verkregen.
4.2
Het Gerecht is van oordeel dat het overheersende karakter van het lidmaatschap van de Rotary in de privésfeer is gelegen. Aan deze kwalificatie doet niet af dat het lidmaatschap gelegenheid biedt tot “netwerken” en dat daarmee de zakelijke belangen van belanghebbende worden behartigd. Het Gerecht acht aannemelijk dat de zakelijke belangen hoogstens van bijkomstige betekenis zijn bij de beslissing van belanghebbende om de kosten van het lidmaatschap van haar directeur/enig aandeelhouder volledig voor haar rekening te nemen. De Inspecteur heeft mitsdien terecht de vergoeding voor het lidmaatschap van de Rotary voor de helft tot het loon gerekend.
4.3
Wat betreft de verstrekte entreekaarten is het Gerecht eveneens van oordeel dat deze tot het loon gerekend moeten worden. De entreekaarten voor het Curaçao North Sea Jazz Festival 2012 zijn verstrekt aan de directeur/enig aandeelhouder, het hoofd van de administratie en twee medewerkers van de afdeling opmaak. Tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat deze werknemers aanwezig moesten zijn om voor de krant verslag te kunnen doen van het festival. Te meer niet nu namens belanghebbende al een verslaggever met een perskaart het festival bezocht om daarvan verslag te doen. De verstrekte entreekaarten waren derhalve niet nodig voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking van deze werknemers.
4.4
Gelet op het vorenstaande heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag loonbelasting 2012 niet te hoog vastgesteld.
Vergrijpboete
4.6
Aan belanghebbende is een vergrijpboete van 25 percent opgelegd. Redengevend daarvoor is dat het aan grove schuld van belanghebbende is te wijten dat de winstbelasting gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig is betaald (artikel 21 ALL Pro in samenhang met artikel 4.8, lid 2, Ministeriële regeling formeel belastingrecht).
4.7
Van grove schuld kan slechts worden gesproken indien de handelwijze van de belastingplichtige als een in laakbaarheid aan opzet grenzende onachtzaamheid moet worden gekwalificeerd (vgl. HR 19 december 1990, nr. 25.301, ECLI:NL:HR:1990: ZC4481).
4.8
Het standpunt van belanghebbende dat noch de betaling van het lidmaatschap van de Rotary, noch de verstrekking van entreekaarten enig loonelement bevat, is naar het oordeel van het Gerecht niet zodanig verdedigbaar dat gezegd kan worden dat zij niet dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat geen sprake is van grove schuld. Zonodig had belanghebbende advies kunnen inwinnen over de fiscale kwalificatie van de vergoedingen en verstrekkingen. Ook door dit na te laten heeft belanghebbende lichtvaardig gehandeld. De vergrijpboete dient derhalve te worden gehandhaafd.

5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6.DE BESLISSING

Het Gerecht verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en uitgesproken op 17 januari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
-natuurlijke personen: NAf 200
-personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500