ECLI:NL:OGEAC:2019:133
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal beslag wegens gebrekkige betekening per post
Eiseres vordert in kort geding opheffing van het executoriaal beslag dat gedaagde heeft gelegd op haar salaris. Het beslag is gelegd op basis van een verstekvonnis waarbij eiseres en haar echtgenoot hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van een schuld aan Finata Bank N.V., waarvan gedaagde de rechtsopvolger is.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het beslag correct is betekend aan eiseres. De betekening van het beslag is geschied door verzending per post, omdat het volgens de deurwaarder ter plaatse onmogelijk was een exploot te overhandigen. Eiseres betoogt dat zij het exploot niet heeft ontvangen en dat er geen goede reden was om de betekening per post te doen, zeker omdat eerder wel een exploot was achtergelaten op haar adres.
Het gerecht oordeelt dat gedaagde niet heeft aangetoond waarom betekening per post noodzakelijk was en dat deze wijze van betekening in dit geval niet correct is. Daarom wordt het beslag opgeheven. De vordering tot terugbetaling van het ingehouden loon wordt afgewezen omdat het verstekvonnis vermoedelijk in kracht van gewijsde is gegaan en eiseres geen rechtsmiddel heeft aangewend.
Het gerecht wijst ook het verzoek om kosteloos procederen toe en veroordeelt gedaagde in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op het salaris van eiseres wordt opgeheven wegens gebrekkige betekening per post zonder goede reden.