Uitspraak
1.STEPHEN JOHN HUNT,
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
terugbetalen. Dat kan niet als die eerdere betaling nooit heeft plaatsgevonden.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Star Telecommunications Limited heeft aan haar advocaat ZAHAVI & LUTJENS N.V. (ZL) in 2013 een cessie van 35% van haar tegoeden bij FCIB verleend ter betaling van het honorarium. ZL legde daarop conservatoir beslag op deze tegoeden. Na een begrotingsprocedure werd het honorarium vastgesteld op NAf 5.000 en werd ZL veroordeeld tot terugbetaling van het meerdere via een retro-cessie in 2018.
Eisers vorderden in kort geding opheffing van het beslag, stellende dat ZL per saldo slechts NAf 5.000 tegoed heeft en geen grond meer bestaat voor het beslag. ZL voerde verweer met onder meer de stelling dat de noodregeling op FCIB uitkering aan eisers uitsluit, maar dit werd verworpen.
Het gerecht oordeelde dat de cessie en retro-cessie daadwerkelijke betalingen weerspiegelen, waardoor ZL geen vordering meer heeft op Star maar slechts een vordering van NAf 5.000 op FCIB. Dit maakt de vordering ondeugdelijk in de zin van artikel 705 Rv Pro. De belangenafweging leidt tot opheffing van het beslag, waarbij ZL in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de tegoeden van Star bij FCIB wordt opgeheven omdat de vordering van ZL ondeugdelijk is.