Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[eiser],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiser, een Dominicaanse staatsburger, verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf op Curaçao voor gezinshereniging met zijn echtgenote die een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezit. Verweerder wees het verzoek af omdat de garant niet voldeed aan het middelenvereiste van een bruto maandinkomen van NAf 3.000,-, zoals voorgeschreven in het beleid.
Eiser betoogde dat de garant wel over voldoende middelen beschikte, mede vanwege extra inkomsten uit weekendwerk, maar kon de duurzaamheid daarvan niet aantonen. Het Gerecht oordeelde dat verweerder terecht het verzoek heeft afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, onder b, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu).
Daarnaast stelde eiser een beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven), maar het Gerecht volgde de vaste jurisprudentie dat de weigering van een eerste verblijfsvergunning geen inmenging in het gezinsleven oplevert zolang geen verblijfstitel wordt ingetrokken. Ook was er geen positieve verplichting om de vergunning alsnog te verlenen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.