Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[eiser],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiser, een Venezolaanse nationaliteit dragende persoon, diende een verzoek in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid op Curaçao. Verweerder, de minister van Justitie, wees dit verzoek af omdat eiser langdurig zonder geldige verblijfstitel op Curaçao verbleef, wat in strijd is met de vreemdelingenregelgeving.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Tijdens de zitting op 12 juni 2019 verschenen beide partijen met hun gemachtigden.
Het Gerecht overwoog dat het beleid voorschrijft dat aanvragen voor eerste toelating tot Curaçao in het buitenland moeten worden ingediend en dat een illegaal verblijf een grond is voor weigering. De verstrekte tewerkstellingsvergunning door de minister op een ander kader doet hieraan niets af. Ook een dispensatieverzoek vormt geen bijzondere omstandigheid om van het beleid af te wijken.
Verder constateerde het Gerecht dat de beslistermijn op het bezwaar was overschreden, maar dit had geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de afwijzing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tewerkstellingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.