Uitspraak
[VERDACHTE],
Beslissing
ANG 1.041.139,35,-
ANG 851.059,35,-
2 (twee) jaar.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Het gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft op 27 september 2019 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die is veroordeeld voor het maken van een gewoonte van witwassen in de periode 2011 tot 2015.
Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op salarisbetalingen en contante stortingen op bankrekeningen van de veroordeelde. Na onderzoek en diverse zittingen heeft het gerecht het voordeel geschat op ruim ANG 1.041.139,35, waarbij reeds verbeurd verklaarde bedragen in mindering zijn gebracht.
De verdediging betwistte de vordering, maar het gerecht achtte het voordeel aannemelijk. Gezien het feit dat een deel van het voordeel regulier salaris betrof dat vermoedelijk aan levensonderhoud is besteed, werd het te betalen bedrag gematigd tot ANG 851.059,35.
De veroordeelde is verplicht dit bedrag aan het Land te betalen binnen twee jaar, bij gebreke waarvan vervangende hechtenis wordt toegepast. De beslissing is gebaseerd op artikel 1:59 en Pro 1:77 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van ANG 851.059,35 aan het Land ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.