ECLI:NL:OGEAC:2019:216

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
27 september 2019
Publicatiedatum
1 oktober 2019
Zaaknummer
CUR201902949
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 LarArt. 5 Landsverordening algemene overgangsregeling wetgeving en bestuurArt. 6 Landsverordening algemene overgangsregeling wetgeving en bestuurArt. 11 Eilandsverordening personenvervoerArt. 16 Lar
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen weigering beslissing aanvraag vergunning toerwagens binnen redelijke termijn

Eiseres heeft op 17 april 2019 een aanvraag ingediend voor een vergunning of ontheffing voor de exploitatie van een of meer toerwagens. Verweerder heeft niet binnen een redelijke termijn op deze aanvraag beslist, terwijl de Eilandsverordening personenvervoer geen specifieke beslistermijn stelt.

Op grond van vaste jurisprudentie geldt een termijn van vier maanden als redelijke termijn. Omdat verweerder deze termijn heeft overschreden zonder beslissing, wordt de weigering om te beslissen als een beschikking gelijkgesteld en kan deze niet in stand blijven. Verweerder stelde dat de aanvraag onhaalbaar was, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting tot beslissing.

Het Gerecht verklaart het beroep gegrond, vernietigt de weigering om te beslissen, en bepaalt dat verweerder binnen één maand alsnog moet beslissen op de aanvraag. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en dient het betaalde griffierecht aan eiseres te worden vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen één maand alsnog te beslissen op de aanvraag.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

op grond van artikel 79, eerste lid, van de Lar in het geding tussen:

[naam eiseres],

gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes,
en

de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning,

verweerder,
gemachtigde: mr. A.C. Herrera.

Procesverloop

Op 20 augustus 2019 heeft eiseres beroep ingesteld tegen de weigering van verweerder om te beschikken op de door haar op 17 april 2019 bij verweerder ingediende aanvraag om een vergunning, dan wel een ontheffing, voor de exploitatie van een of meer toerwagens (de aanvraag).
Verweerder heeft op 16 september 2019 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1.1.
Op grond van artikel 3, eerste lid, eerste volzin, van de Eilandsverordening inzake het vervoer van personen met motorrijtuigen op de openbare weg tegen vergoeding (A.B. 1969, no. 23, zoals daarna herhaaldijk gewijzigd; de Eilandsverordening personenvervoer) kunnen vergunningen door het bestuurscollege worden verleend voor het exploiteren van onderscheidenlijk een kleine autobus, een huurauto, een of meer grote autobussen of een of meer toerwagens.
Op grond van artikel 11, eerste lid, eerste volzin, kan de belanghebbende tegen een weigering van een vergunning of van een voortzetting ener vergunning, of een wijziging, niet verlenging, schorsing of intrekking van een vergunning bij de eilandsraad in beroep komen door de indiening van een bezwaarschrift binnen veertien dagen na de uitreiking van een afschrift van het besluit aan de betrokkene of een zijner huisgenoten.
1.2.
Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur verkrijgen de in artikel 1 bedoelde Pro eilandsverordeningen van het eilandgebied Curaçao de staat van landsverordeningen van Curaçao.
Op grond van artikel 6, vijfde lid, treden, waar melding wordt gemaakt van ambten, organen, instellingen, diensten of kantoren van het eilandgebied Curaçao, daarvoor in de plaats de overeenkomstige met inachtneming van de Staatsregeling ingestelde ambten, organen, instellingen, diensten of kantoren van het land Curaçao. Op grond van het negende lid treedt, waar van enige beslissing beroep wordt opengesteld op de eilandsraad, daarvoor in de plaats beroep overeenkomstig de bepalingen van de Lar.
1.3.
Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Lar wordt met een beschikking gelijkgesteld een weigering om een beschikking te geven. Op grond van het derde lid geldt, wanneer de wettelijk gestelde termijn voor het geven van een beschikking is verstreken zonder dat een beschikking is gegeven of – bij het ontbreken van zulk een termijn – wanneer niet binnen redelijke tijd een beschikking is gegeven, dat als het weigeren van het geven van een beschikking.
Op grond van artikel 16, eerste lid, wordt het beroepschrift ingediend binnen zes weken na de dag, waarop de beschikking is gegeven of geldt als geweigerd.
Op grond van artikel 79, eerste lid, kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien verdere behandeling van het beroepschrift hem niet nodig voorkomt.
2. Het Gerecht acht verdere behandeling van het beroepschrift niet nodig, omdat de bestreden beschikking kennelijk niet in stand kan blijven. Hij overweegt daartoe het volgende.
2.1.
Eiseres heeft op 17 april 2019 het verzoek op grond van de Eilandsverordening personenvervoer ingediend. In deze landsverordening wordt geen termijn voor verweerder gesteld om op een aanvraag te beschikken. Verweerder dient dus binnen een redelijke termijn op de aanvraag te beschikken. Op grond van vaste jurisprudentie (vgl. ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX4950) is een termijn van vier maanden een redelijke termijn als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Lar. Verweerder heeft thans nog niet op het verzoek beslist. Nu verweerder niet binnen een termijn van vier maanden op de aanvraag heeft beslist, was de beslistermijn verstreken zonder dat hij deze termijn heeft verdaagd. De met een beschikking gelijkgestelde weigering een beschikking te geven kan dan ook kennelijk niet in stand blijven.
2.2.
Het betoog van verweerder dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard wegens de niet haalbaarheid van de aanvraag, wordt door het Gerecht niet gevolgd. Het Gerecht overweegt daartoe dat de haalbaarheid van een aanvraag geen wettelijk vereiste is voor het doen van een aanvraag. De door verweerder gestelde onhaalbaarheid van de aanvraag ontslaat hem dan ook niet van de verplichting te beslissen op de aanvraag.
3. Het Gerecht zal het beroep gegrond verklaren en bepalen dat verweerder binnen één maand alsnog moet beslissen op de aanvraag.
4. Het Gerecht ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Het Gerecht begroot de proceskosten op NAf 175,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, waarde per punt NAf 700,-, wegingsfactor 0,25 in verband met de relatieve eenvoud van de zaak). Voorts zal het Gerecht bepalen dat het Land het door eiseres betaalde griffierecht ter hoogte van NAf 150,- aan haar dient te vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:
  • verklaarthet beroep
    gegrond;
  • vernietigtde weigering om te beschikken op de aanvraag om een vergunning, dan wel een ontheffing, voor de exploitatie van een of meer toerwagens;
  • bepaaltdat verweerder binnen één maand alsnog moet beslissen op de aanvraag;
  • veroordeeltverweerder in de proceskosten tot een bedrag van NAf 175,- (zegge: honderdvijfenzeventig Nederlands-Antilliaanse guldens), te betalen aan eiseres;
  • draagthet Land Curaçao
    ophet betaalde griffierecht van NAf 150,- (zegge: honderdvijftig Nederlands-Antilliaanse guldens) aan eiseres te vergoeden.
Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, rechter in het Gerecht, en bekend gemaakt op 27 september 2019 te Curaçao, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Loef, griffier.
Tegen deze beslissing staat verzet open binnen
twee wekenna de dag van bekendmaking van de uitspraak. Zie artikel 80 van Pro de Lar.