Art. 28 lid 2 LTBKArt. 33 lid 1 LTBKArt. 37 lid 1 LTBK
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Omzetting noodregeling Banco del Orinoco in faillissement
De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) heeft op 27 september 2019 een verzoek ingediend tot faillietverklaring van Banco del Orinoco N.V. (BDO). Eerder was op 5 september 2019 een noodregeling uitgesproken ten aanzien van BDO. De bestuurders van BDO waren voorafgaand aan de noodregeling afgetreden of ontslagen.
CBCS stelt dat, anders dan eerder door BDO werd beweerd, geen vermogen is ondergebracht bij de genoemde effectenbewaarders. Tevens is vastgesteld dat BDO zich heeft bediend van vervalste stukken in haar financiële verantwoording. Het vermogen van BDO is slechts enkele honderdduizenden, terwijl de verplichtingen ruim 1,5 miljard bedragen.
Op grond van artikel 37 lid 1 LTBKPro dient CBCS het faillissement aan te vragen indien het eigen vermogen negatief is en de doelen van de noodregeling niet kunnen worden gerealiseerd. Het gerecht acht aannemelijk dat deze situatie zich voordoet en dat onvoldoende middelen beschikbaar zijn om lopende verplichtingen te voldoen.
Het verzoek tot omzetting in faillissement wordt toegewezen. BDO wordt failliet verklaard, een rechter-commissaris benoemd en curatoren aangesteld. Het beroep tegen de intrekking van de vergunning staat toewijzing niet in de weg.
Uitkomst: Het gerecht verklaart Banco del Orinoco in staat van faillissement en benoemt een rechter-commissaris en curatoren.
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
VONNIS
inzake het verzoek van:
de openbare rechtspersoon
CENTRALE BANK VAN CURAÇAO EN SINT MAARTEN,
gevestigd in Curaçao,
verzoekster,
gemachtigde: mr. R.B. van Hees,
tot faillietverklaring van:
de naamloze vennootschap
BANCO DEL ORINOCO N.V.,
gevestigd in Curaçao,
verweerster.
Partijen zullen hierna CBCS en BDO genoemd worden.
Procesverloop
CBCS heeft op 27 september 2019 een verzoekschrift ingediend. BDO is bij aan haar vestigingsadres aan de Windstraat in Punda uitgebracht exploot van 2 oktober 2019 opgeroepen. Advocaat mr. J. Bloem heeft voorafgaand aan de zitting namens de aandeelhouder van BDO om aanhouding verzocht, welk verzoek niet is ingewilligd. Zijn e-mails met bijlagen zijn als verweerschrift aangemerkt. Op 4 oktober 2019 is een verhoor in raadkamer gehouden. Namens CBCS is haar gemachtigde verschenen. Tevens zijn van de zijde van CBCS verschenen […]. Als toehoorder is verschenen […], kantoorgenoot van mr. Bloem.
Gronden van de beslissing
Bij beschikking van dit gerecht van 5 september 2019 is ten aanzien van BDO de noodregeling uitgesproken ( ECLI:NL:OGEAC:2019:179 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:179)). Aan CBCS zijn daarbij machtigingen verleend conform het bepaalde in artikel 28 lid 2 LTBKPro en artikel 33 lid 1 LTBKPro.
De aanvankelijke bestuurders van BDO zijn voorafgaand aan het uitspreken van de noodregeling teruggetreden danwel door de aandeelhouder van BDO ontslagen. Na het uitspreken van de noodregeling zijn zij door CBCS nogmaals ontslagen.
CBCS verzoekt omzetting van de noodregeling in faillissement.
CBCS legt aan haar verzoek ten grondslag dat gebleken is dat, anders dan ten tijde van het uitspreken van de noodregeling door BDO werd beweerd, geen vermogen van BDO is ondergebracht bij de drie door BDO genoemde effectenbewaarders Farringdon, Welden en Vistra. CBCS heeft haar eerdere vaststelling dat BDO zich bij haar financiële verantwoording aan CBCS en de externe accountant heeft bediend van vervalste stukken bevestigd gezien. Aan vermogen is tot dusver volgens CBCS slechts voor enkele honderdduizenden getraceerd, tegenover verplichtingen van ruim 1,5 miljard aan (overwegend Venezolaanse en andere Latijns-Amerikaanse) depositohouders en verplichtingen uit hoofde van de bedrijfsvoering van BDO, waaronder verplichtingen terzake loon en huur.
Ingevolge artikel 37 lid 1 LTBKPro moet de CBCS het faillissement van de kredietinstelling aanvragen als het eigen vermogen negatief is en de doeleinden van de noodregeling niet gerealiseerd kunnen worden.
Uit het verzoekschrift en de toelichting ter zitting is aannemelijk geworden dat deze situatie zich ten aanzien van BDO voordoet en dat zelfs onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de lopende (boedel)verplichtingen van BDO te voldoen. Het verweerschrift biedt geen aanknopingspunten voor een tegengesteld oordeel, waarbij van belang is dat thans het gaat om de huidige situatie van BDO, niet de situatie in voorgaande jaren. De omstandigheid dat (pro forma) beroep is ingesteld tegen de intrekking van BDO’s vergunning kan niet aan toewijzing van het omzettingsverzoek in de weg staan.
Beslist zal dan ook worden zoals hierna omschreven.
Beslissing
Het gerecht:
- verklaart BDO in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. P.E. de Kort, rechter in dit gerecht;
- stelt aan tot curatoren de advocaten mrs. M.R.B. Gorsira en C.M. van Liere, kantoorhoudende te Curaçao, Julianaplein 22, telefoon +599 9 4613400, e-mail: gorsira@ekvandoorne.comen liere@ekvandoorne.com.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en uitgesproken op 4 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.