Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Geen beroep inzake 2015 en 2016
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2011 tot en met 2016 aanslagen inkomstenbelasting en premies opgelegd, inclusief verzuimboetes wegens het niet tijdig indienen van aangiften. De bezwaren tegen de aanslagen voor 2011 tot en met 2014 werden pas na de wettelijke termijn van twee maanden ingediend, nadat belanghebbende de aangiften had ingediend.
De Inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende voerde aan dat zijn voormalige gemachtigde onkundig was en nagelaten had tijdig bezwaarschriften in te dienen. Het Gerecht oordeelde dat het handelen of nalaten van een ingeschakelde gemachtigde voor rekening en risico van belanghebbende komt en dat het niet tijdig handelen van de gemachtigde geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert.
Het beroep van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring werd ongegrond verklaard. Het Gerecht zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht. De aanslagen en boetes voor de jaren 2015 en 2016 werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat het beroep zich uitsluitend richtte op de jaren 2011 tot en met 2014.
De uitspraak werd gegeven door rechter A.J.H. van Suilen op 4 oktober 2019 te Willemstad. Belanghebbende en de Inspecteur werden in de gelegenheid gesteld hoger beroep in te stellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.