ECLI:NL:OGEAC:2019:257
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en verhoging voorschot kosten noodregeling ENNIA onder LTBK
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao behandelde het verzoek van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) tot verhoging van het voorschot op de kosten van de noodregeling ten aanzien van diverse ENNIA entiteiten. Volgens CBCS waren tot 16 augustus 2019 reeds kosten van ruim NAf. 13 miljoen gemaakt, voornamelijk advocaatkosten, en werd verwacht dat de kosten verder zouden oplopen.
Op grond van artikel 35 LTBK Pro heeft het Gerecht de bevoegdheid om de kosten van de noodregeling vast te stellen, welke ten laste komen van de kredietinstelling. Het Gerecht besloot het voorschot te verhogen tot NAf. 15 miljoen en verzocht CBCS om op de faillissementsrolzitting een gedetailleerd en onderbouwd verzoek in te dienen met een kostenopstelling, getekend door gemachtigden, en voorzien van een overzicht van betaalde facturen en interne kosten.
Het Gerecht benadrukte de beperkte rol van de rechter bij noodregelingen onder de LTBK, waarbij het toezicht primair bij CBCS ligt. Tevens werd gewezen op de noodzaak van transparantie en verslaglegging, vergelijkbaar met faillissementsrichtlijnen, om de kosten marginaal te kunnen toetsen.
De beschikking werd uitgesproken door rechter P.E. de Kort tijdens de openbare zitting van 22 oktober 2019.
Uitkomst: Het voorschot op de kosten van de noodregeling wordt verhoogd tot NAf. 15 miljoen met de verplichting tot onderbouwde kostenrapportage.