Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een ingezetene van Nederland, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 omdat de Inspecteur de basiskorting niet had toegepast. De basiskorting was ten onrechte wel door de werkgever bij de loonbelasting in mindering gebracht.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 24A, lid 1, tweede volzin van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, dat sinds 1 januari 2015 bepaalt dat niet-ingezetenen van Curaçao geen recht hebben op de basiskorting.
Het Gerecht stelde vast dat belanghebbende geen ingezetene van Curaçao was in 2015 en bevestigde dat de Inspecteur de aanslag terecht zonder basiskorting had vastgesteld. De aanslag werd daarom als juist beoordeeld en het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en het vonnis werd uitgesproken door rechter A.J.H. van Suilen op 20 december 2019.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2015 wordt bevestigd.