ECLI:NL:OGEAC:2019:301
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- U.I.D. Luydens
- Rechtspraak.nl
Correcte vaststelling huurachterstand en nietigheid derdenbeslag in huurgeschil
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde sub 1 en sub 2 staat de vaststelling van een huurachterstand centraal. Na een tussenvonnis heeft eiser een nadere opbouw van de huurachterstand ingediend, waarop gedaagde sub 1 heeft gereageerd. Het gerecht oordeelt dat het overzicht van gedaagde sub 1 een juistere weergave geeft van de huurachterstand, met name omdat de betaling van augustus 2015 door eiser onterecht niet in het eigen overzicht was verwerkt.
De huurachterstand wordt vastgesteld op NAf 83,95, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 maart 2017. Daarnaast wordt gedaagde sub 1 veroordeeld tot betaling van dit bedrag en de proceskosten aan de zijde van eiser. In reconventie vordert gedaagde sub 1 de nietigheid van het door eiser gelegde conservatoire derdenbeslag. Het gerecht stelt vast dat eiser niet heeft voldaan aan de betekeningstermijn zoals voorgeschreven in artikel 721 Rv Pro, waardoor het beslag nietig is verklaard.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de reconventie. Beide veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het overige in conventie en reconventie gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitgesproken door rechter U.I.D. Luydens op 30 september 2019.
Uitkomst: Huurachterstand vastgesteld op NAf 83,95 met rente en derdenbeslag nietig verklaard.