ECLI:NL:OGEAC:2019:32
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bewaarder moet dranghekken afgeven aan het Land voor carnavalsoptochten
Het Land Curaçao vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld om toegang te verschaffen tot het perceel waar dranghekken en containers van het Land zijn opgeslagen, zodat het Land deze kan verwijderen voor gebruik bij de carnavalsoptochten. Gedaagde vordert in reconventie betaling van achterstallige huur en stelt een retentierecht op de dranghekken.
Het geschil draait om de vraag of gedaagde het recht heeft de dranghekken vast te houden als pressiemiddel voor betaling, terwijl het Land stelt dat de dranghekken bestemd zijn voor openbare dienst en daarom niet vatbaar zijn voor retentie of beslag. Het Land heeft spoedeisend belang vanwege de aankomende carnavalsoptochten, waaronder het kindercarnaval.
De rechtbank oordeelt dat de dranghekken eigendom zijn van het Land en dat gedaagde geen retentierecht kan uitoefenen op goederen bestemd voor openbare dienst, conform artikel 436 Rv Pro. De belangenafweging weegt zwaar in het voordeel van het Land vanwege het belang van openbare orde en veiligheid. De vordering van het Land wordt toegewezen en de tegenvordering van gedaagde afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om het Land toegang te verschaffen tot het perceel en de dranghekken te verwijderen voor carnavalsoptochten.