Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 premies overlijdensrisicoverzekering en rente hypothecaire geldschuld in aftrek. De Inspecteur betwistte deze aftrek omdat belanghebbende geen bewijs van betaling had geleverd, behalve voor één maandpremie.
Tijdens de bezwaar- en beroepsprocedure heeft belanghebbende geen bankafschriften of andere bewijsstukken overgelegd die aantonen dat de premies en rente daadwerkelijk door hem zijn betaald. De Inspecteur handhaafde de aanslag op basis van het ontbreken van bewijs.
Het Gerecht oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende ligt en dat bij twijfel dit in zijn nadeel werkt. Omdat hij niet in zijn bewijslast is geslaagd, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak werd gedaan door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen op 15 april 2019. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2013 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van betaling van premies en rente.