Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2019:83

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
30 april 2019
Publicatiedatum
7 mei 2019
Zaaknummer
Cur201901153
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 2:7 BWArt. 60 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen afdwingbaar recht op overname van één aandeel bij aanbod van alle aandelen

Eiser en gedaagde zijn elk voor 50% aandeelhouder van Verudas Group B.V., met een statutaire blokkeringsregeling die bepaalt dat aandelen eerst aan mede-aandeelhouders moeten worden aangeboden. Gedaagde bood al zijn 60 aandelen aan eiser aan voor NAf 750.000, maar eiser gaf aan slechts één aandeel te willen overnemen tegen NAf 12.500. Gedaagde betwistte dit en trok het aanbod in.

De rechtbank oordeelt dat het aanbod van gedaagde duidelijk betrekking had op alle aandelen en niet op slechts één aandeel. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, wat hier niet is gebeurd. Bovendien zou het accepteren van het aanbod voor één aandeel het machtsevenwicht in de vennootschap verstoren en gedaagde benadelen.

Eisers beroep op de statutaire mogelijkheid om slechts enkele aandelen over te nemen leidt niet tot een afdwingbare aanspraak zonder aanvaarding. Ook de stelling dat gedaagde het aanbod tijdig had moeten intrekken wordt verworpen, omdat niet aan de voorwaarden voor intrekking was voldaan.

Ten slotte acht de rechtbank het beroep op redelijkheid en billijkheid onvoldoende om de vordering toe te wijzen, mede gelet op de omstandigheden waaronder gedaagde ziek was. Er is geen onhoudbare situatie binnen Verudas die een kort geding rechtvaardigt. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot overdracht van één aandeel wordt afgewezen omdat het aanbod betrekking had op alle aandelen en geen overeenkomst tot stand is gekomen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
VONNIS
IN KORT GEDING
in de zaak van:
[EISER],
te Curaçao,
eiser,
procederend in persoon,
tegen
[GEDAAGDE],
te Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. U. van Bemmelen.

1.Verloop van de procedure

1.1
Eiser heeft op 2 april 2019 een verzoekschrift met stukken ingediend.
1.2
Het kort geding is ter zitting van 24 april 2019 behandeld. Partijen zijn verschenen en hebben hun standpunten toegelicht. De gemachtigde van gedaagde heeft zijn pleitnota voorgedragen en overgelegd.
1.3
Uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

In dit kort geding wordt het volgende als vaststaand aangenomen:
a. a) Eiser en gedaagde houden ieder 50% van de in totaal 120 geplaatste aandelen in Verudas Group B.V. (hierna ook ‘Verudas’), welke vennootschap een bedrijvengebouw aan de Caracasbaaiweg in eigendom heeft en exploiteert.
b) Gedaagde is enig bestuurder van Verudas.
c) In maart 2018 heeft gedaagde te kennen gegeven zijn aandelen te willen overdragen aan zijn dochter.
d) De statuten van Verudas bevatten een blokkeringsregeling:
AANBIEDINGSPLICHT
Artikel 9a
1. Indien een houder van aandelen een of meer van zijn aandelen wenst te vervreemden (…) is hij verplicht deze aandelen eerst te koop aan te bieden aan zijn mede-aandeelhouders, andere dan de vennootschap.
De aanbieder blijft bevoegd zijn aanbod in te trekken, mits dit geschiedt binnen een maand nadat hem definitief bekend is aan welke gegadigde(n) hij al de aandelen waarop het aandeel betrekking heeft, kan verkopen en tegen welke prijs.
(…)
4. Aandeelhouders moeten binnen een maand na ontvangst van deze mededeling kennis geven aan de directie, indien zij de aangeboden aandelen, hetzij alle, hetzij gedeeltelijk, wensen over te nemen, onder opgaaf door ieder hunner op welk aantal aangeboden aandelen zij reflecteren.
(…)
10. Indien niet op alle aandelen wordt gereflecteerd, casu quo niet alle aangeboden aandelen worden overgenomen, is de aanbieder vrij alle aangeboden aandelen over te dragen aan derden tot drie maanden na de dag waarop is komen vast te staan dat een der hiervoor in dit lid omschreven omstandigheden zich voordoet.
(…)’
e) Bij brief van 5 november 2018 heeft gedaagde al zijn 60 aandelen aan eiser te koop aangeboden voor NAf 750.000. Gedaagde schrijft onder meer:
“Middels deze bied ik mijn aandelen - specifiek de aandelen genummerd 1 - 40 en 101 - 120 in overeenstemming met het bepaalde in art. 9A van de Statuten van Verudas Group B.V. aan. Ik benadruk dat het aanbod gaat om ALLE aandelen en niet om enkele of één aandeel. De vraagprijs die ik hanteer is ANG 750.000.”
f) Bij brief van 1 december 2018 heeft eiser gedaagde bericht dat hij niet bij machte is de gevraagde koopsom te betalen. Eiser schrijft onder meer:
‘Derhalve wil ik hierbij bevestigen dat ik gebruik wens te maken van het mijn persoon toekomende recht om alsnog één (1) aandeel te willen overnemen. Mocht u zich hierin niet kunnen vinden dan resteert mij geen enkel andere optie meer dan mijn gehele aandelen pakket aan uw persoon te moeten aanbieden. (…) Ik ben bereid mijn aandelen genummerd 41 tot en met 100 voor de door u gestelde prijs van (…) (NAfl. 750.000,--) aan te bieden echter onder gelijktijdige terugbetaling aan mijn persoon van (…) (Nafl. 174.000,--) inhoudende de terugbetaling van de van de storting van de lening(…)’.
g) Bij brief van 27 januari 2019 sommeert eiser gedaagde één aandeel aan eiser over te dragen, tegen een prijs van NAf 12.500. Eiser schrijft onder meer:
‘Naar aanleiding van mijn schrijven d.d. 1 december 2018 (…) wil ik als medeaandeelhouder van 50% van de aandelen van Verudas Group B.V. u in uw hoedanigheid van medeaandeelhouder alsmede als directeur van Verudas Group B.V. meedelen dat de termijn waarbinnen u had kunnen, dan wel had mogen reageren en daardoor mogelijkerwijs tot een aan ieder der partijen bevredigende oplossing had kunnen geraken, verlopen is. U had binnen de in de statuten in art. 9a lid 1 aangegeven termijn kunnen reageren op de mogelijkheid om al de mij toebehorende aandelen over te nemen, dan wel het eerder door u aan mij voorgelegde aanbod in te trekken. Hierdoor hebt u ook verzuimd om te reageren op het door mij aan u gedane tegenbod, namelijk het opkopen door mij van één (1) aan u toebehorende aandeel van Verudas Group B.V. (…)’
h) Bij brieven van 29 en 30 januari 2019 heeft de advocaat van gedaagde bestreden dat eiser aanspraak kan maken op één aandeel, is het eerder door gedaagde gedane aanbod ingetrokken en het door eiser gedane voorstel van de hand gewezen.

3.De vordering en het verweer

3.1
Eiser vordert bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad:
- gedaagde te verplichten het aan eiser toekomende aandeel aan eiser over te dragen, op straffe van een dwangsom;
- de ingevolge de statuten van Verudas geldende termijn van drie maanden voor de verkoop door eiser aan een derde van eisers 61 aandelen te verlengen;
- gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2
Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1
Voor de toewijsbaarheid van eisers vorderingen in dit kort geding is onder meer vereist dat aannemelijk is dat in een eventuele bodemprocedure zal worden beslist dat gedaagde gehouden is één van zijn zestig aandelen aan eiser over te dragen en dat eiser bevoegd is zijn aandelenpakket, inclusief dat ene aandeel van gedaagde, aan een derde over te dragen. Naar het oordeel van het Gerecht is dat niet aannemelijk, waartoe het volgende wordt overwogen.
4.2
In de eerste plaats geldt dat gedaagde bij zijn brief van 5 november 2018 zeer nadrukkelijk ál zijn zestig aandelen in Verudas heeft aangeboden. Dat aanbod is door eiser niet aanvaard. In zijn reactie van 1 december 2018 schrijft eiser slechts één aandeel te willen overnemen en komt hij, voor het geval gedaagde zich daarin niet zal kunnen vinden, met een (ander) tegenvoorstel. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (art. 6:217 BW Pro). Daarvan is hier geen sprake. Eiser kan in redelijkheid ook niet in de veronderstelling hebben verkeerd dat het hem door gedaagde gedane aanbod om alle aandelen van gedaagde over te nemen mede het aanbod omvatte om slechts één aandeel over te nemen. Niet alleen blijkt het tegendeel uit de aanbiedingsbrief, maar bovendien zou dat de verstrekkende consequentie hebben dat het machtsevenwicht in de vennootschap verloren zou gaan en gedaagde tegen betaling van een luttel bedrag zou achterblijven als minderheidsaandeelhouder zonder reële zeggenschap. In het bijzonder ook gelet op die consequentie, heeft eiser het aanbod van 5 november 2018 niet kunnen opvatten als een aanbod één aandeel over te nemen.
4.3
Eiser heeft aangevoerd dat uit artikel 9a lid 4 van de statuten van Verudas volgt dat hij bevoegd was niet alle, maar slechts enkele aandelen of één aandeel over te nemen. Dit is in zoverre juist, dat dat artikellid de aandeelhouder de mogelijkheid biedt de wens daartoe uit te spreken. Daarmee is echter nog geen afdwingbare aanspraak ontstaan; van een op het aanbod aansluitende aanvaarding is nog geen sprake.
4.4
Ook de tegenwerping van eiser dat gedaagde zijn aanbod tijdig had moeten herroepen als de overdracht van slechts één aandeel voor gedaagde niet acceptabel was, kan niet worden gevolgd. Intrekking van een aanbod is blijkens artikel 9a lid 1 van de statuten slechts dan aan de orde (noodzakelijk) in geval de aanbieder ‘definitief bekend is aan welke gegadigde(n) hij
al[cursivering toegevoegd] de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft, kan verkopen en tegen welke prijs’. Die situatie heeft zich hier niet voorgedaan; gedaagde heeft niet alle zestig door hem aangeboden aandelen kunnen verkopen, zijn aanbod is niet aanvaard. Het uitblijven van een intrekking binnen de door de statuten gestelde termijn blijft dan ook zonder gevolg.
4.5
Ten slotte volgt uit artikel 2:7 Burgerlijk Pro Wetboek dat aandeelhouders zich jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen de redelijkheid en billijkheid vordert en dat een tussen hen krachtens bijvoorbeeld de statuten geldende regel niet van toepassing is voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Ook indien eiser gevolgd zou worden in zijn uitleg van artikel 9a van de statuten, zou diens beroep op het verlopen van de intrekkingstermijn, gelet op de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn, nog daargelaten de stelling van gedaagde dat hij in de betreffende periode ziek was.
4.6
Ten slotte geldt dat voor een voorziening in kort geding evenmin aanleiding bestaat nu niet gebleken is van een onhoudbare, onwerkbare situatie binnen Verudas of een verlamming van de besluitvorming.
4.7
Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van eiser worden afgewezen. Eiser zal ingevolge artikel 60 Rv Pro als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5.De beslissing

Het Gerecht,
rechtdoende in kort geding
5.1
wijst af het gevorderde;
5.2
veroordeelt eiser in de kosten van het geding, aan de zijde van gedaagde begroot op NAf 1.500 voor gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2019.