Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Naheffingsaanslag
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een tussenhoudster en financieringsmaatschappij, kreeg op 27 juni 2014 een naheffingsaanslag winstbelasting 2012 opgelegd van NAf 5.776 met een verzuimboete van NAf 1.000 wegens het niet tijdig doen van aangifte. Ondanks uitstel tot 1 januari 2014, werd de aangifte pas in oktober 2017 ingediend. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete.
De Inspecteur baseerde de naheffingsaanslag op een redelijke schatting van circa NAf 21.000 winst, waarbij de bewijslast omgekeerd werd vanwege het niet doen van aangifte. Belanghebbende bracht een jaarrekening 2012 in als tegenbewijs, maar deze werd niet als overtuigend beoordeeld omdat deze niet door een accountant was gecontroleerd en laat werd ingebracht.
Ten aanzien van de verzuimboete stelde belanghebbende dat het eerste verzuim gold en de boete daarom moest worden verminderd tot NAf 250. De Inspecteur stelde dat sprake was van een tweede verzuim en een boete van NAf 577 passend was. Het Gerecht oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor een eerder beboet verzuim, waardoor het onderhavige verzuim als eerste werd aangemerkt en de boete werd verminderd tot NAf 250.
Het Gerecht wees het beroep tegen de naheffingsaanslag af, verklaarde het beroep tegen de boete gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar inzake de boete, en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten ten bedrage van NAf 700.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag wordt ongegrond verklaard, de verzuimboete wordt verminderd tot NAf 250.