Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende had in haar aangiften inkomstenbelasting over 2009 tot en met 2013 rente-inkomsten aangegeven als afkomstig van binnenlandse banken of financiële instellingen, waardoor deze werden belast tegen een bijzonder tarief. Na controle van de aangiften van haar zonen ontdekte de Inspecteur dat deze rente-inkomsten niet van binnenlandse instellingen afkomstig waren, wat een nieuw feit vormde voor navordering.
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op tegen het tabeltarief en vernietigde de opgelegde boetes deels. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de Inspecteur ambtelijk verzuim had gepleegd door niet nader onderzoek te doen, ondanks dat zij een leningsovereenkomst had bijgevoegd bij haar aangiften.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur niet in redelijkheid aan de juistheid van de aangiften hoefde te twijfelen, omdat het mogelijk was dat de rente-inkomsten wel van binnenlandse instellingen afkomstig waren. Het bijvoegen van een leningsovereenkomst zonder toelichting vormde geen reden voor nader onderzoek. Daarom was navordering gerechtvaardigd en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden bevestigd.