ECLI:NL:OGEAC:2019:88

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
2 mei 2019
Publicatiedatum
9 mei 2019
Zaaknummer
CUR201901332
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N.M. Martinez
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 85 LarArt. 2 Regeling Medewerking Sociale Verzekeringen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening toelating als medewerkende Sociale Verzekeringsbank Curaçao

Verzoekster, werkzaam als fysiotherapeut bij de polikliniek van Refineria Isla, vroeg om voorlopige toelating als medewerkende in de zin van de Regeling Medewerking Sociale Verzekeringen nadat haar verzoek tot toelating door de SVB was afgewezen.

Zij stelde dat door de dreigende sluiting van haar werkgever de patiëntenpopulatie van 3.800 personen zou overgaan naar de SVB en dat zij als medewerkende deze patiënten zou moeten kunnen blijven behandelen. Tevens voerde zij aan dat er geen overschot aan fysiotherapeuten was dat toelating zou kunnen verhinderen.

Het Gerecht oordeelde dat de mogelijke sluiting van de werkgever geen spoedeisend belang oplevert en dat het verzoek geen wijziging van de bestaande rechtssituatie zou brengen. Daarnaast is het aan de SVB om zelfstandig te beslissen over toelating op grond van de regeling, en het Gerecht kan niet bij voorlopige voorziening een toewijzende beslissing nemen.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toelating als medewerkende bij de SVB wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Beslissing

op het verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep in de zaak tussen:

[verzoekster],

wonende in Curaçao,
verzoekster,
gemachtigde: mr. W. ten Veen, advocaat,
en

de Sociale Verzekeringsbank Curaçao (de SVB),

verweerster,
gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols, advocaat.

Procesverloop

Bij brief van 29 augustus 2018 heeft de SVB het verzoek van verzoekster om toegelaten te worden als medewerkende in de zin van de Regeling Medewerking Sociale Verzekeringen afgewezen (de bestreden beschikking).
Daartegen heeft verzoekster op 9 oktober 2018 beroep ingesteld bij dit Gerecht (CUR201803363).
Op 15 april 2019 heeft verzoekster het Gerecht verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (CUR201901332).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2019. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 85, eerste lid, van de Lar kan, voor zover thans van belang, een beschikking, waartegen een beroepschrift bij het Gerecht is ingediend, op verzoek van de indiener geheel of gedeeltelijk worden geschorst op grond dat de uitvoering van de beschikking voor hem een onevenredig nadeel met zich zal brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van de beschikking te dienen doel. Ook kan op zijn verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen ter voorkoming van onevenredig nadeel, als in de eerste volzin bedoeld.
2. Verzoekster is al vijftien jaar werkzaam als fysiotherapeut bij de polikliniek van het bedrijf Refineria Isla (de Isla). Verzoekster stelt dat de Isla binnenkort noodgedwongen zal sluiten, zodat ook de polikliniek waar zij werkzaam is, met een patiëntenpopulatie van 3.800 personen, zal moeten sluiten. Die patiëntenpopulatie zal volgens haar worden overgeheveld naar de SVB. Gelet daarop heeft verzoekster er recht op en belang bij om als medewerkende te worden toegelaten om, mede gelet op de zorgplicht als fysiotherapeut, voornoemde patiëntenpopulatie te kunnen blijven behandelen, aldus verzoekster. Verder stelt verzoekster dat het maximum aantal fysiotherapeuten dat nodig is om de Curaçaose bevolking te bedienen nog niet is bereikt, zodat een overschot aan fysiotherapeuten in ieder geval geen reden kon zijn voor weigering van het verzoek.
3. Met haar verzoek beoogt verzoekster te bewerkstelligen dat de bestreden beschikking wordt geschorst en dat zij voorwaardelijk als medewerkende van de SVB wordt toegelaten.
4. Naar het oordeel van het Gerecht levert de omstandigheid dat het bedrijf waar verzoekster thans werkzaam is wellicht op korte termijn zal ophouden te bestaan niet een spoedeisend belang in de zin van artikel 85 van Pro de Lar op. Overigens zou de door verzoekster verzochte schorsing van de bestreden beschikking geen wijziging van de bestaande rechtssituatie met zich brengen, zodat zij geen belang heeft bij dat verzoek. Zoals de SVB terecht heeft aangevoerd is het aan haar om naar aanleiding van een verzoek om als medewerkende te worden toegelaten op grond van artikel 2 van Pro de Regeling Medewerking Sociale Verzekeringen zelfstandig een beslissing te nemen en deze in een beschikking vast te leggen. Zelfs als het Gerecht voorlopig zou oordelen dat een dergelijke beschikking niet in stand kan blijven, is het Gerecht niet bevoegd om bij wijze van voorlopige voorziening een toewijzende beslissing te nemen. Het Gerecht zal het verzoek daarom afwijzen.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.

Beslissing

Het Gerecht
wijsthet verzoek
af.
Aldus vastgesteld door mr. N.M. Martinez, rechter in het Gerecht, en bekend gemaakt te Curaçao op 2 mei 2019, in aanwezigheid van de griffier, mr. S.N. Aswani.
Tegen de beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.