Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2019:96

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
16 mei 2019
Publicatiedatum
20 mei 2019
Zaaknummer
CUR201703039 (voorheen EJ 82636 van 2017)
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E.M. van der Bunt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid erkenning vader na 25 jaar afgewezen op grond van bezit van staat

Verweerster werd in 1993 erkend door [naam 1] als haar vader, terwijl haar geboorteakte een andere biologische vader vermeldt. De ambtenaar van de burgerlijke stand verzocht de erkenning te doorhalen omdat verweerster al een biologische vader had. Verweerster stelde zich op het standpunt dat zij bezit van staat heeft als kind van [naam 1], omdat zij altijd zijn achternaam droeg, door hem werd opgevoed en door haar omgeving als zijn kind werd gezien.

Tijdens de zitting werd bevestigd dat de biologische vader geen rol in haar opvoeding heeft gespeeld en afstand van haar heeft gedaan. De ambtenaar betwistte niet dat verweerster als kind van [naam 1] bekend staat en zich zo gedraagt. Het gerecht oordeelde dat het beroep op bezit van staat ex artikel 1:209 BW Pro slaagt en dat de erkenning niet kan worden doorgehaald na ruim 25 jaar.

Het verzoek van de ambtenaar werd afgewezen en het tegenverzoek van verweerster toegewezen, zodat haar achternaam en de vermelding van [naam 1] als vader in de basisadministratie persoonsgegevens worden hersteld. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Bunt op 16 mei 2019.

Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling van de erkenning wordt afgewezen en het tegenverzoek tot herstel van de achternaam en vadervermelding wordt toegewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Afdeling civiel
Zaaknummer: CUR201703039 (voorheen EJ 82636 van 2017)
Beschikking d.d. 16 mei 2019
Inzake:
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
zetelend in Curaçao,
mw L.A. de Leeuw,
verzoekster (hierna ook: de ambtenaar BS),
--tegen--
[Verweerster naam 1/ naam 2],
wonend in Curaçao,
verweerster,
procederend in persoon,

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 25 april 2017 ter griffie ingediend;
  • de mondelinge behandeling op 6 december 2018, alwaar de ambtenaar BS, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen en verweerster in persoon is verschenen;
  • de voorgezette mondelinge behandeling op 31 januari 2019, alwaar mw L.A. de Leeuw en verweerster zijn verschenen, verweerster vergezeld van haar moeder en [naam 1] (hierna ook: [naam 1]);
  • de rolzitting van 7 maart 2019, waar de ambtenaar BS akte niet dienen is verleend.
1.2.
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Verweerster is op 15 mei 1983 te Trinidad and Tobago geboren uit [moeder] (hierna: de moeder).
2.2.
Bij akte van 24 maart 1993, opgemaakt door de hulpambtenaar van de Burgerlijke Stand van Curaçao, (nr. 175) is verweerster erkend door [NAAM 1].
2.3.
Op een overgelegd “Certificate of Birth” uit de “Register of Births” van de Republic of Trinidad and Tobago, uitgegeven 16 maart 2007, staat als vader van verweerster vermeld [naam 2].

3.Het geschil

3.1.
Verzoeker (de ambtenaar BS) heeft verzocht doorhaling van de erkenning van verweerster voorkomende in de registers van erkenning van het jaar 1993 onder nummer 175, omdat zij conform haar geboorteakte al een biologische vader heeft.
3.2.
Verweerster heeft verweer gevoerd en beroept zich op bezit van staat als kind van [naam 1]. Zij heeft altijd zijn achternaam gedragen, kent alleen hem als haar vader, is vanaf haar eerste levensjaar door hem opgevoed, eerst in Trinidad en vanaf haar negende op Curaçao, en woont tot op heden bij hem. [naam 2] kent zij niet. Ook iedereen in haar omgeving kent haar als kind van [naam 1], aldus steeds verweerster. Omdat op het huidige uittreksel van de Burgerlijke Stand buiten haar medeweten en instemming haar achternaam is gewijzigd van [naam 1] in [naam 2] en daarop tegenwoordig [naam 2] als haar vader staat vermeld, heeft verweerster als zelfstandig tegenverzoek verzocht om in de basisadministratie persoonsgegevens weer als haar achternaam [naam 1] op te nemen en de naam van [naam 1] bij de vermelding van haar vader op te nemen, en aan haar een aldus luidend uittreksel af te geven.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hieronder ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De moeder van verweerster en [naam 1] hebben het relaas van verweerster omtrent haar opvoeding en haar status/bekendheid als kind van [naam 1] ter zitting beaamd. Haar moeder heeft daaraan nog toegevoegd dat [naam 2] inderdaad de biologische vader van verweerster is, maar dat haar relatie met hem uitging toen verweerster zes maanden oud was en hij toen niets meer met zijn kinderen, waaronder verweerster, te maken wilde hebben en [naam 2] als het ware afstand van verweerster als zijn kind heeft gedaan. Ter ondersteuning van dat betoog is ter zitting overgelegd een “Affidavit” afgelegd voor de “Justice of Peace” van Trinidad and Tobago. Daaruit blijkt dat [naam 2] op 3 februari 1993 tegenover de Justice of Peace heeft verklaard:
I am giving up all rights and responsibilities for my children to their mother (…) I no longer hold myself responsible or in any way for the said children as they will be taken care of by their mother.
4.2.
Bovenbedoeld Affidavit heeft niet zozeer met vaderschap als wel met gezagsrechten en dergelijke te maken. De stelling van de ambtenaar BS dat verweerster al een vader had en de erkenning daarom nietig is, is daarmee niet ontkracht.
4.3.
Echter heeft de ambtenaar BS het relaas van verweerster omtrent haar opvoeding en haar status/bekendheid als kind van [naam 1] niet betwist. Dat staat daarmee vast. Op grond van die feiten slaagt verweersters beroep op bezit van staat als kind van [naam 1] ex artikel 1:209 BW Pro. Nu verweerster vanaf haar negende levensjaar tot op heden met een zekere duurzaamheid aan het maatschappelijk verkeer heeft deelgenomen als de dochter van [naam 1], gaat het niet aan om die hoedanigheid/status ruim vijfentwintig jaar na de erkenning te wijzigen en de erkenning door te halen.
4.4.
Uit het bovenstaande volgt dat het verzoek van de ambtenaar BS zal worden afgewezen en het zelfstandige tegenverzoek van verweerster zal worden toegewezen.

5.De beslissing

Het Gerecht:
wijst afhet verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand;
gelastde ambtenaar van de burgerlijke stand in de basisadministratie persoonsgegevens bij de aanduiding van de vader van verweerster de naam [vader NAAM 1] te vermelden en als achternaam van verweerster de naam [NAAM 1] op te nemen, en aan haar een aldus luidend uittreksel af te geven.
Deze beschikking is gegeven door E.M. van der Bunt, rechter, en op 16 mei 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier
BN/