ECLI:NL:OGEAC:2020:150

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
14 mei 2020
Publicatiedatum
2 juni 2020
Zaaknummer
CUR202000417
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7a LBBArt. 18 lid 1 LBBArt. 18 lid 3 LBBArt. 18 lid 4 LBBLandsbesluit griffierechten beroep in belastingzaken
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in belastingzaak

Belanghebbende werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over 2017, met een belastbaar inkomen van NAf 160.971 en een verschuldigd bedrag van NAf 36.662. Na het maken van bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in tegen de uitspraak op bezwaar.

De griffier wees belanghebbende op 27 maart 2020 op de verschuldigdheid van het griffierecht van NAf 50 en de termijn van zes weken voor betaling. Belanghebbende betaalde het griffierecht echter niet binnen deze termijn. Volgens de Landsverordening op het beroep in belastingzaken leidt dit tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest.

Er is geen sprake van omstandigheden die het niet-betalen rechtvaardigen. Daarom verklaart het Gerecht het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en komt het niet toe aan inhoudelijke behandeling. Partijen wordt de mogelijkheid geboden om binnen twee maanden schriftelijk verzet in te dienen, waarna de zaak alsnog kan worden behandeld indien het verzet gegrond wordt verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

Uitspraak van 14 mei 2020
BBZ nr. CUR202000417
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO
UITSPRAAK
Op het beroep in de zin van de
Landsverordening beroep in belastingzaken van:
Belanghebbende], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN,zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende is op 21 december 2018 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2017 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 160.971, resulterend in een verschuldigd belastingbedrag van NAf 36.662.
1.2
Belanghebbende heeft op 20 februari 2019 daartegen bezwaar gemaakt.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 december 2019 de aanslag gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft op 5 februari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.

2.OVERWEGINGEN OMTRENT HET BEROEP

2.1
Ingevolge artikel 7a, letter b, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding.
2.2
Op grond van artikel 18, lid 1, LBB in samenhang met artikel 1, sub a Landsbesluit griffierechten beroep in belastingzaken, is belanghebbende voor het door hem ingestelde beroep NAf 50 aan griffierecht verschuldigd. Ingevolge artikel 18, lid 3, LBB dient het griffierecht betaald te zijn binnen zes weken na de uitnodiging tot betaling van de griffier.
2.3
In artikel 18, lid 4, LBB is bepaald dat als het griffierecht niet tijdig is betaald, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
2.4
De griffier van het Gerecht heeft op 27 maart 2020 belanghebbende gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht. Daarbij is opgemerkt dat als het bedrag niet binnen zes weken is betaald, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
2.5
Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een situatie waarin redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt het Gerecht niet toe.

3.BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is vastgesteld door mr. A.J.H. van Suilen, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël- van der Biezen BSc, en uitgesproken op 14 mei 2020.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op …………………… aan partijen verzonden.
VERZET
Tegen deze onmiddellijke uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum schriftelijk verzet doen bij:
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
Is het Gerecht van oordeel dat het verzet gegrond is, dan vervalt deze uitspraak en wordt de zaak alsnog in behandeling genomen.
U wordt verzocht bij het indienen van het verzetschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het verzetschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het verzetschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het verzet).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende verzetschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gerecht in eerste aanleg:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Voor het doen van verzet is geen griffierecht verschuldigd.