Uitspraak
Parketnummer: 500.00304/18
Vonnis van dit Gerecht
[VERDACHTE RECHTSPERSOON],
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode 2 september 2016 tot en met 21 maart 2017,
althans in de/het ja(a)r(en) 2016 en/ of 2017,te Curacao,
(telkens
)als degene die beroeps- of bedrijfsmatig diensten verricht als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 12, meermalen
(telkens
)opzettelijk, in strijd met de verplichting geformuleerd in artikel 2 van Pro de Landsverordening identificatie bij dienstverlening (LID),
met betrekking tot 10 zaaks dossiers zoals genoemd in de aangifte van de FIU,geen volledig clientenonderzoek heeft gedaan, waaronder de volgende onroerende zaken transactie
(s
):
of omstreeks21 maart 2017 verrichte transactie ten aanzien van
onder andereomdat het geen blijk geeft van identificatie van
of omstreeks24 februari 2017 verrichte transactie ten aanzien van
onder andereomdat het geen blijk geeft van identificatie van
/of;
of omstreeks26 oktober 2016 verrichte transactie ten aanzien van [Appartement nummer], [adres 4] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig,
onder andereomdat het geen blijk geeft van identificatie van de verkoper, de heer [verkoper 4], voorafgaande aan de koopovereenkomst
(art. 2 lid 2 sub a LID Pro junto art 2a lid 1 LID), en
/of;
of omstreeks27 september 2016 verrichte transactie ten aanzien [naam appartement], [adres 5] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig omdat,
onder anderehet geen blijk geeft van identificatie van de uiteindelijk belanghebbende van de verkopende partij, [belanghebbende van de verkopende partij]
(art. 2 lid 2 onder Pro b LID), en
/of;
of omstreeks2 september 2016 verrichte transactie ten aanzien van [adres 6]te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig omdat,
onder anderehet geen blijk geeft van de grondslag van de [directeur verdachte rechtspersoon]om als gemachtigde op te treden voor de heer [verkoper 5] (art. 2 lid 2 sub f LID Pro);
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode 2 september 2016 tot en met 21 maart 2017,
althans in de/het ja(a)r(en) 2016 en/of 2017,te Curacao,
(telkens
)als degene die beroeps-of bedrijfsmatig diensten verricht als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 12,
)opzettelijk, in strijd met de verplichting geformuleerd in §2.5.1.4 van de Voorschriften en Richtlijnen voor Makelaars, niet de herkomst kent van de middelen die bij de volgende transactie
(s
)zijn gebruikt, en/of, geen verklaringen en bewijsstukken heeft vastgelegd in het clientendossier ten aanzien van de herkomst van de middelen die bij de volgende transactie
(s
)zijn gebruikt:
of omstreeks21 maart 2017 verrichte transactie ten aanzien van
/of;
of omstreeks26 oktober 2016 verrichte transactie ten aanzien van [Appartement nummer], [adres 4] te Curaçao, en
/of;
of omstreeks27 september 2016 verrichte transactie ten aanzien [naam appartement], [adres 5] te Curaçao, en
/of;
of omstreeks2 september 2016 verrichte transactie ten aanzien van [adres 6]te Curaçao.
1. Verklaring van de verdachte rechtspersoon ter terechtzitting d.d. 10 februari 2020, inhoudende als de verklaring van de verdachte rechtspersoon:
het Gerecht begrijpt uit het dossier:MOT Presentatie voor Makelaars) plaatsgevonden. Het klopt dat ik bij dat gesprek al had gehoord over het moeten identificeren van cliënten. In 2016 is er ook een bijeenkomst (
het Gerecht begrijpt uit het dossier:FIU presentatie voor makelaars) geweest waarin voorlichting werd gegeven.
Over dat geval kan ik het volgende verklaren. Er kwam een mevrouw bij ons kantoor met een akte. Zij zei dat ze een huis had gekocht en dat zij dat huis wilde verkopen. Desgevraagd zei de mevrouw dat zij geen ID had, maar dat zij haar ID zou gaan halen. Er is een klant gekomen die het huis wilde kopen. De mevrouw is niet meer teruggekomen met haar ID.
2. Schriftelijk Bescheid, ander geschrift inhoudende een brief d.d. 29 september 2017 met bijlagen (kenmerk: MOT-TZ-206-2017-CMW) van [hoofd FIU], hoofd FIU, aan het openbaar ministerie, inhoudende:
, [adres 5])
aan FIU Curaçao n.a.v. het onderzoeksrapport)
BESLISSING
geldboetevan
NAf 15.000,00 (vijftienduizend);
NAf. 5.000,00 (vijfduizend), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van
2 (twee) ja
renaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;