Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.BEOORDELING VAN HET BEROEP
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2015. Tegen deze aanslag maakte hij bezwaar, dat door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De Inspecteur verminderde ambtshalve de aanslag. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, maar dit beroepschrift werd buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.
Het Gerecht beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep. Volgens artikel 31 lid 1 van Pro de Algemene landsverordening Landsbelastingen moet een beroepschrift binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak op bezwaar worden ingediend. De beroepstermijn liep van 4 mei 2019 tot 3 juli 2019, maar het beroepschrift werd op 4 juli 2019 ingediend. Er waren geen bijzondere omstandigheden die termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Ook het bezwaar tegen de aanslag was niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende maakte een foutieve interpretatie van de termijn, waarvan de gevolgen voor zijn rekening komen. Het Gerecht zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten of griffierecht en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.