Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
-/- 191
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende is in maart 2017 gescheiden en heeft sindsdien het recht van gebruik en bewoning van de gemeenschappelijke woning. De Inspecteur legde aanslagen premieheffing op voor 2017, gebaseerd op een hoger premie-inkomen dan door belanghebbende opgegeven.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen, stellende dat haar inkomen onterecht was gecorrigeerd. De Inspecteur stelde dat het recht van gebruik en bewoning als alimentatie moet worden gezien en waardeerde dit op de hypotheekrente die de ex-echtgenoot betaalt.
Het Gerecht oordeelde dat het recht van gebruik en bewoning inderdaad als een belaste periodieke uitkering (alimentatie) moet worden aangemerkt, en dat het redelijk is om de waarde daarvan gelijk te stellen aan de betaalde hypotheekrente. Hierdoor werd het premie-inkomen verlaagd tot NAf 9.760.
De aanslagen premie AOV/AWW en AVBZ werden verminderd tot dit bedrag, terwijl de aanslag premie BVZ werd vernietigd omdat het inkomen onder de inkomensgrens viel. Tevens werd het teveel betaalde griffierecht aan belanghebbende terugbetaald.
De uitspraak bevestigt de toepassing van de fiscale regels omtrent alimentatie en premieheffing in het kader van echtscheiding en gebruiksrechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen premieheffing 2017 worden verminderd of vernietigd op basis van waardering van het recht van gebruik en bewoning als alimentatie.