Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
NAf 100,00
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat het Land Curaçao wordt bevolen te voldoen aan een eerdere uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van 21 oktober 2019. Het Land was eerder in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 24 juli 2020 een beslissing te nemen op de verzoeken van eiser, maar heeft dit niet gedaan.
Het Gerecht verwijst naar het tussenvonnis van 15 juni 2020 en constateert dat het Land niet heeft voldaan aan de opgelegde verplichtingen. Daarom wordt het Land bevolen binnen vier weken na betekening van het vonnis alsnog aan de uitspraak te voldoen, onder dreiging van een dwangsom van NAf 250 per dag, met een maximum van NAf 25.000.
Daarnaast wordt het Land veroordeeld in de proceskosten, begroot op NAf 2.427,95, en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het Land Curaçao wordt bevolen binnen vier weken te voldoen aan de eerdere uitspraak onder dreiging van een dwangsom en veroordeeld in de proceskosten.