De zaak betreft een geschil tussen Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider N.V. (DC-ANSP) en luchtvaartmaatschappij Divi Divi Air N.V. over de betaling van vergoedingen voor luchtverkeersdienstverlening aan en van Bonaire. DC-ANSP vordert betaling van een openstaand bedrag van US$ 189.646,96 plus rente en kosten, terwijl Divi Divi betwist dat zij een wettelijke betalingsverplichting heeft.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 22a lid 1 van de Luchtvaartwet BES een vergoeding verschuldigd is door degene die luchtverkeersdienstverlening gebruikt. Divi Divi maakt gebruik van deze diensten en is derhalve verplicht tot betaling. De ministeriële regeling die de inning en tarieven regelt, is rechtsgeldig, ook al werd deze gewijzigd door de staatssecretaris. Het verweer van Divi Divi dat deze regeling discriminatoir is, wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Verder wordt geoordeeld dat de betalingsafspraak van 4 oktober 2013 slechts voor drie maanden gold en dat DC-ANSP gerechtigd was om daarna de reguliere tarieven te hanteren. Divi Divi heeft geen verweer gevoerd tegen de juistheid van de facturen en het openstaande saldo. De vordering tot betaling van wettelijke rente wordt toegewezen, maar de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Divi Divi wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag met rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.