Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2014 waarin loon uit dienstbetrekking bij een werkgever werd meegenomen, terwijl zij stelde sinds 2003 niet meer bij die werkgever werkzaam te zijn. De Inspecteur baseerde zich op gegevens uit de Belastingdienstsystemen die een onafgebroken dienstbetrekking van 1998 tot 2016 aangaven.
Tijdens de beroepsprocedure stelde de Inspecteur een derdenonderzoek in bij de werkgever, maar deze werkte niet mee. Volgens artikel 31 lid 3 ALL Pro leidt het niet meewerken niet tot omkering van de bewijslast. De Inspecteur diende dus zelf te bewijzen dat belanghebbende loon had genoten, wat niet lukte. Belanghebbende overlegde een verklaring dat zij in 2003 op staande voet was ontslagen.
Het Gerecht oordeelde dat de beroepstermijn door een fout van de belastingdienst later was aangevangen en verklaarde het beroep ontvankelijk. Vervolgens stelde het Gerecht vast dat de Inspecteur niet had bewezen dat belanghebbende in 2014 loon uit de dienstbetrekking bij de werkgever had genoten. Daarom werd de aanslag verminderd tot het belastbaar inkomen zonder dat loon. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2014 is verminderd wegens onvoldoende bewijs van loon uit dienstbetrekking bij de werkgever.