Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
1. [eiseres 1],
2. [eiser 2],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaartde beroepen
ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen tot verlenging van tijdelijke verblijfsvergunningen door de minister van Justitie. De afwijzing was gebaseerd op het niet aantonen van voldoende duurzame middelen van bestaan conform het geldende beleid, waarbij een inkomen van minimaal NAf 3.250,- per maand wordt vereist.
Eisers voerden aan dat het inkomen van de echtgenoot/vader van NAf 1.800,- per maand toereikend is en dat het spaarsaldo van NAf 27.488,43 voldoende zekerheid biedt. Het Gerecht oordeelde dat een enkele bankverklaring onvoldoende is om aan te tonen dat dit saldo duurzaam beschikbaar is voor de duur van het verblijf. Het beleid vereist dat middelen duurzaam zijn, wat hier niet aannemelijk is gemaakt.
Daarnaast stelde eisers dat het vertrouwensbeginsel is geschonden omdat verweerder tijdens de bezwaarprocedure de indruk zou hebben gewekt dat het spaargedrag tot vergunningverlening zou leiden. Het Gerecht vond dit niet aannemelijk gemaakt en beschouwde de opmerking als een verwijzing naar het beleid.
Ten slotte werd betoogd dat de afwijzing een onrechtmatige inbreuk vormt op het recht op familieleven (artikel 8 EVRM Pro). Het Gerecht oordeelde dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt, waarbij rekening is gehouden met de belangen van eisers en het algemeen belang van Curaçao. Er is geen sprake van disproportionele inbreuk of schending van artikel 8 EVRM Pro.
Het beroep werd ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard.