Uitspraak
CRU’,
Isla’,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Curaçao Refinery Utilities B.V. (CRU) vordert in kort geding betaling van bewaarloon voor de opslag van olie in tanks op het terrein van de raffinaderij, nadat de exploitatie door Refineria Isla Curaçao B.V. (Isla) was beëindigd. CRU baseert haar vordering op een nieuwe rechtsverhouding die is ontstaan na het einde van de huurovereenkomst tussen de moedervennootschappen van beide partijen.
Isla betwist de bevoegdheid van de rechter vanwege een arbitrageclausule in eerdere contracten en voert gebrek aan spoedeisend belang aan, maar het gerecht wijst deze verweren af. Het bestaan van de vordering is voldoende aannemelijk en een belangenafweging staat toewijzing niet in de weg. Het gerecht stelt vast dat Isla in ieder geval een redelijk bewaarloon verschuldigd is, dat in dit kort geding wordt vastgesteld op USD 0,25 per barrel per maand vanaf 1 april 2020.
De opslagcapaciteit wordt vastgesteld op 88 tanks, gebaseerd op metingen en lijsten die niet gemotiveerd zijn betwist door Isla. Het gerecht wijst een voorschot toe van NAf 11.000.000 voor de periode 1 april tot en met 15 augustus 2020 en NAf 99.000 per dag vanaf 16 augustus 2020 tot verwijdering van de olie. De reconventionele vordering van Isla tot opheffing van beslag wordt afgewezen. Proceskosten worden aan Isla opgelegd.
Uitkomst: Isla wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op bewaarloon vanaf 1 april 2020 en de reconventionele vordering tot opheffing van beslag wordt afgewezen.