5.2Het Gerecht is van oordeel dat eiseres in die bewijslast niet is geslaagd. Enig stuk of concrete verklaringen, waaruit blijkt wanneer en wie namens de SVB die toestemming zou hebben verleend, heeft eiseres niet overgelegd.
Eiseres heeft gewezen op haar brief van 2 december 2011 aan de toenmalige Minister van Economische Ontwikkeling, waarvan de slotpassage luidt: “Vandaar hierbij ons dringend beroep op uw persoon voor uw bemiddeling, dat wij afwachtend op een tariefaanpassing welke de verhoogde materiaalkosten zal dekken, onze materiaalkosten kunnen declareren c.q. uitbetaald krijgen van de BZV net zoals het geval is bij al de andere verzekeringsbedrijven, inclusief de SVB.” Die passage biedt echter geen objectief en verifieerbaar bewijs voor de stelling dat de SVB eiseres uitdrukkelijk toestemming had verleend voor de van de geldende regels afwijkende wijze van declareren.
Verder heeft eiseres diverse declaraties overgelegd vanaf 2014 waaruit kan worden opgemaakt dat zij op die wijze declareerde, dat de SVB dit had kunnen constateren, en dat de SVB die declaraties niettemin heeft uitbetaald. Daarmee is echter niet gegeven dat een bevoegde persoon binnen de SVB daarvoor toestemming heeft verleend, nu er ook sprake kan zijn geweest en dat is alles in ogenschouw genomen meer aannemelijk van onvoldoende controle voor de uitbetaling. Dat vormt geen grond voor een gerechtvaardigd vertrouwen dat niet meer teruggevorderd zou worden.
Dat het aannemelijker is dat de uitbetaling van de onjuiste declaraties te wijten was aan onvoldoende controle leidt het Gerecht af uit de door de SVB overgelegde correspondentie uit 2013 tussen haar en de voormalige Taams kliniek. Daaruit blijkt dat de SVB uitdrukkelijk toestemming weigerde voor die wijze van declareren en dat de SVB de Taams kliniek aansprak op die verkeerde declaratiewijze. Gelet daarop ligt het niet in de rede aan te nemen dat de SVB eiseres daarvoor wel uitdrukkelijk toestemming zou hebben verleend. Dat de voormalige Taams kliniek niet als rechtsvoorganger van eiseres kan worden aangemerkt, maakt dat niet anders.
6. Eiseres beroept zich, onder verwijzing naar de situatie bij het Curaçao Medical Center (CMC), tevergeefs op het gelijkheidsbeginsel. Voor het CMC geldt een andere bekostigingsmethodiek, zodat het reeds daarom geen, in relevant opzicht, gelijke gevallen betreft.
7. Wél slaagt het betoog van eiseres dat de SVB geen kenbare belangenafweging aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd.
Dat de SVB in beginsel bevoegd is tot de terugvordering betekent, anders dan zij kennelijk meent, niet dat zij daartoe in alle omstandigheden onverkort moet overgaan. Ook op grond van het evenredigheidsbeginsel diende de SVB een kenbare belangenafweging te maken en diende de SVB in dat kader te vermelden welke belangen zij heeft betrokken bij haar beslissing over te gaan tot de volledige terugvordering van het in 2016 ten onrechte uitbetaalde bedrag. Met name gelet op hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht over haar penibele financiële situatie en de verstrekkende gevolgen van de terugvordering voor haar bedrijfsvoering lag het op de weg van de SVB daarnaar nader onderzoek te doen en om aan de hand van de bevindingen daarover inzicht te bieden op welke wijze zij daarmee rekening kon houden. Daartoe bestond temeer aanleiding nu er hier niet aan voorbij kan worden gezien dat de SVB bij de controle voor de uitbetaling van de betrokken declaraties ernstige steken heeft laten vallen.
Uit het bestreden besluit blijkt niet dat de SVB een belangenafweging aan de terugvordering ten grondslag heeft gelegd en uit het verweerschrift en het verhandelde ter zitting blijkt dat evenmin. Het Gerecht moet het er dan ook voor houden dat de SVB deze ten onrechte achterwege heeft gelaten.
8. De slotsom is dat het beroep gegrond moet worden verklaard en dat het bestreden besluit moet worden vernietigd, omdat het niet berust op een draagkrachtige motivering. Indien de SVB een nieuw terugvorderingsbesluit neemt ter zake van de betrokken declaraties uit 2016, dient zij dat te doen met inachtneming van hetgeen bij deze uitspraak is overwogen.
9. Het Gerecht ziet aanleiding de SVB met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van eiseres als na te melden. Verder zal het Gerecht bepalen dat de SVB het door eiseres voor de behandeling van dit beroep betaalde griffierecht van NAf 50 aan haar dient te vergoeden.