ECLI:NL:OGEAC:2020:314

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
12 oktober 2020
Publicatiedatum
26 januari 2021
Zaaknummer
CUR201902855
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 28a Procesreglement Civiele Zaken 2018Artikel 52 lid 4 Advocatenlandsverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering beroepshalve optreden niet-toegelaten gemachtigde en gelegenheid tot herstel vertegenwoordiging

In deze civiele procedure tussen eiseres en Ennia Caribe Schade N.V. heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao geoordeeld over de toelating van de gemachtigde van eiseres. De conclusie van repliek was ingediend door dhr. M.A.F. Simmons, die niet behoort tot de categorieën van beroepshalve toegelaten gemachtigden zoals advocaten, deurwaarders of zaakwaarnemers.

De rechtbank verwees naar het Procesreglement Civiele Zaken 2018 en de Advocatenlandsverordening, waaruit volgt dat dhr. Simmons niet als gemachtigde kan optreden. Ook een brief van de president van het hof uit 2014 bevestigde dat Simmons geen zaakwaarnemer is en dus geweigerd moet worden bij beroepsmatig optreden.

Daarnaast is vastgesteld dat eiseres een kaart heeft verkregen die recht geeft op kosteloze rechtskundige bijstand door een advocaat, waardoor zij rechtsbijstand via een toegelaten advocaat kan verkrijgen. Het Gerecht gaf eiseres de mogelijkheid om binnen de procedure de vertegenwoordiging te herstellen door een toegelaten gemachtigde of in persoon te verschijnen.

De zaak is verwezen naar de rol van 30 november 2020 voor het herstel van de vertegenwoordiging, waarbij verdere beslissingen zijn aangehouden. De stellingen van Ennia over onduidelijkheid van de conclusie van repliek en eiswijziging behoeven geen bespreking gezien het voorgaande.

Uitkomst: Het Gerecht weigert het beroepshalve optreden van de niet-toegelaten gemachtigde en geeft eiseres gelegenheid tot herstel van de vertegenwoordiging.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
ROLBESCHIKKING
in de zaak van:
[EISERES],
wonende in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: aanvankelijk mr. P.A. van den Hout, thans dhr. M.A.F. Simmons,
tegen:
ENNIA CARIBE SCHADE N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.R. Hammoud.

1.Het procesverloop

1.1
Voor het procesverloop wordt verwezen naar de volgende stukken:
- het verzoekschrift van eiseres van 12 augustus 2019;
- de conclusie van antwoord van 18 november 2019;
- de conclusie van repliek van 18 mei 2020;
- de conclusie van dupliek van 17 augustus 2020;
- het incidenteel verzoek tot weigering gemachtigde van 17 augustus 2020;
- de conclusie van antwoord in het incident van 14 september 2020.
1.2
Beschikking is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
De conclusie van repliek is ondertekend en ingediend door dhr. Simmons als schriftelijk gemachtigde van eiseres. Als beroepshalve optredende gemachtigden zijn echter slechts toegelaten bij het Hof ingeschreven advocaten, alsmede, voor zover hun bevoegdheid strekt, deurwaarders en zaakwaarnemers. Dhr. Simmons behoort niet tot één van die categorieën. Dat de gemachtigde beroepshalve optreedt is door Ennia gemotiveerd gesteld en is door de gemachtigde ook niet bestreden. Het gebruikte briefpapier (‘Mel Simmons Consultancy & Enterprise’) duidt daar ook op.
2.2
De door bij conclusie van antwoord in het incident overgelegde brief van de president van het hof van 26 februari 2014 brengt niet mee dat de heer Simmons in deze zaak als procesgemachtigde kan optreden. Zoals in die brief is bevestigd, is dhr. Simmons geen zaakwaarnemer en zal hij bij beroepshalve optreden als gemachtigde worden geweigerd. Het in de brief hem gegeven advies zich te beperken tot incidenteel optreden voor degenen die zich tot hem wenden, kon bij dhr. Simmons niet het gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat zijn beroepshalve optreden gedoogd zou worden, te meer nu uit de brief volgt dat het advies werd gegeven tegen de achtergrond van een mededeling van dhr. Simmons dat hij niet veel langer in staat zal zijn zich over rechtszaken te ontfermen omdat hij tegen de 70-jarige leeftijd aanliep. Inmiddels zijn we ruim zes jaar verder en is het beleid ten aanzien van toegelaten gemachtigden neergelegd in het Procesreglement Civiele Zaken 2018:
Artikel 28a.
Toegelaten gemachtigden
1. Als beroepshalve optredende gemachtigden kunnen slechts optreden bij het hof ingeschreven advocaten, alsmede, voor zover hun bevoegdheid strekt, deurwaarders en door het hof in 2013 toegelaten zaakwaarnemers.
2. Een gemachtigde, niet zijnde een advocaat, deurwaarder of zaakwaarnemer als in het vorige lid bedoeld, wordt, indien hij zich binnen een jaar in meer dan één zaak als gemachtigde aandient, als gemachtigde in die volgende zaak of zaken geweigerd, tenzij hij ten genoegen van de rechter aantoont dat van beroepshalve optreden geen sprake is.
2.3
Conclusie uit het voorgaande, in verbinding met het bepaalde in artikel 52 lid Pro 4 Advocatenlandsverordening, is dat dhr. Simmons in deze zaak niet als gemachtigde kan optreden. Datzelfde geldt overigens voor het op 2 oktober 2020 door hem namens eiseres ingediende verzoekschrift (nog geen zaaknummer) strekkende tot veroordeling van Ennia tot betaling van schadevergoeding.
2.4
Bij het voorgaande komt dat eiseres blijkens de door haar toenmalige advocaat bij het verzoekschrift overgelegde stukken voor de onderhavige procedure van het Ministerie van SOAW een ‘kaart rechtgevende op kostenloze rechtskundige bijstand’ heeft verkregen. De overheid draagt derhalve bij aan de kosten van rechtsbijstand aan eiseres door een advocaat.
2.5
Het Gerecht zal eiseres in de gelegenheid stellen bij akte het gebrek in de vertegenwoordiging te herstellen en zich in dit geding te laten vertegenwoordigen door een toegelaten gemachtigde. Eiseres kan er ook voor kiezen in persoon te verschijnen. Indien en voor zover van toepassing kan (de toegelaten gemachtigde van) eiseres in de te nemen akte verklaren dat zij de door de heer Simmons genomen conclusie van repliek bekrachtigt.
2.6
De stelling van Ennia dat de in de conclusie van repliek opgenomen stellingen en eiswijziging voor haar niet te begrijpen zijn en dat eiseres met de bijstand van dhr. Simmons niet is geholpen, behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking.

3.De beslissing

Het Gerecht:
- verwijst de zaak naar de rol van
maandag 30 november 2020 te 09.00 uurvoor akte herstel vertegenwoordiging zijdens eiseres;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2020.