ECLI:NL:OGEAC:2020:316
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerecht verklaart zich onbevoegd in zaak over executoriaal beslag door ING Bank
Eiseres heeft bij notariële akte uit 2005 een hypothecaire kredietverbintenis jegens ING Bank aanvaard voor een lening aan haar dochter en schoonzoon. Na verkoop van de woning in 2012 bleef een schuldrestant bestaan. ING Bank legde in 2019 executoriaal beslag onder een derde in Nederland.
Eiseres vorderde dat ING het beslag staakt en terugbetaalt, stellende schade te hebben geleden. ING verweerde zich primair met onbevoegdheid van het Gerecht in Curaçao en subsidiair met de geldigheid van het beslag en erkende schuld.
Het Gerecht oordeelde dat de zaak uitsluitend raakvlakken met Nederland heeft, de kredietovereenkomst in Nederland is gesloten onder Nederlands recht, en het beslag in Nederland is gelegd. De woonplaats van eiseres in Curaçao biedt onvoldoende grond voor rechtsmacht. Toepassing van artikel 103b Rv leidt tot een exorbitante rechtsmacht, waardoor het Gerecht zich onbevoegd verklaart.
Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, mede vanwege het gebruik van een niet-toegelaten gemachtigde en het volharden in gebrekkige stellingen. Het vonnis werd uitgesproken op 31 augustus 2020 door rechter P.E. de Kort.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering en veroordeelt eiseres in de proceskosten.