Uitspraak
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 20 november 2019, met producties;
- de behandeling ter zitting van 28 januari 2020.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoekster was werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die liep tot 16 oktober 2019. Op 1 juli 2019 ontstond een woordenwisseling tussen verzoekster en de directeur van verweerster waarna verzoekster het gebouw verliet en niet meer terugkeerde. Verweerster stelde dat verzoekster zelf ontslag had genomen, terwijl verzoekster dit betwistte.
Het gerecht beoordeelde of verweerster er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat verzoekster daadwerkelijk ontslag had genomen. Gezien de omstandigheden, waaronder het ontbreken van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van verzoekster en het feit dat verweerster geen navraag had gedaan, mocht verweerster dit niet aannemen. Verzoekster had zich bovendien beschikbaar gesteld om te werken en zich tot SOAW gewend.
Het gerecht oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet was geëindigd en veroordeelde verweerster tot betaling van salaris over de periode 1 juli tot 16 oktober 2019, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 10%. Tevens werd verweerster veroordeeld tot uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen en proceskosten. Verzoekster kreeg toestemming om kosteloos te procederen.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot doorbetaling van salaris en vakantiedagen omdat zij niet mocht vertrouwen op het vermeende ontslag van verzoekster.