Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
[verzoeker]
de Sociale Verzekeringsbank,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
wijsthet verzoek
af.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoeker, de Sociale Verzekeringsbank, had bezwaar gemaakt tegen een door verweerster vastgestelde productieplafond voor declaraties over de periode juli 2020 tot en met 2021. Tijdens de bezwaarprocedure verzocht verzoeker het Gerecht om een voorlopige voorziening om de schorsing van de bestreden beschikking te bewerkstelligen. Verweerster heeft hierop ambtshalve de uitvoering van de beschikking geschorst. Vervolgens trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg om een proceskostenveroordeling.
Het Gerecht oordeelde dat op grond van artikel 50, tiende lid, van de Landsverordening Algemene Rijksdienst (Lar) slechts proceskosten kunnen worden toegewezen indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen na intrekking van het beroep. Echter, het Gerecht stelt dat deze bepaling geen grondslag biedt voor proceskostenveroordeling indien de tegemoetkoming tijdens het verzoek om voorlopige voorziening plaatsvindt.
Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. De beslissing werd door de voorzitter van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, mr. N.M. Martinez, op 21 september 2020 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de schorsing ambtshalve tijdens het verzoek om voorlopige voorziening plaatsvond.