ECLI:NL:OGEAC:2020:332

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
21 september 2020
Publicatiedatum
20 juli 2021
Zaaknummer
CUR202002078
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
  • N.M. Martinez
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 50 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing proceskostenveroordeling ondanks schorsing voorlopige voorziening

Verzoeker, de Sociale Verzekeringsbank, had bezwaar gemaakt tegen een door verweerster vastgestelde productieplafond voor declaraties over de periode juli 2020 tot en met 2021. Tijdens de bezwaarprocedure verzocht verzoeker het Gerecht om een voorlopige voorziening om de schorsing van de bestreden beschikking te bewerkstelligen. Verweerster heeft hierop ambtshalve de uitvoering van de beschikking geschorst. Vervolgens trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg om een proceskostenveroordeling.

Het Gerecht oordeelde dat op grond van artikel 50, tiende lid, van de Landsverordening Algemene Rijksdienst (Lar) slechts proceskosten kunnen worden toegewezen indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen na intrekking van het beroep. Echter, het Gerecht stelt dat deze bepaling geen grondslag biedt voor proceskostenveroordeling indien de tegemoetkoming tijdens het verzoek om voorlopige voorziening plaatsvindt.

Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. De beslissing werd door de voorzitter van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, mr. N.M. Martinez, op 21 september 2020 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de schorsing ambtshalve tijdens het verzoek om voorlopige voorziening plaatsvond.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

van de voorzitter van de meervoudige kamer van het Gerecht (de voorzitter) op het verzoek om een proceskostenvergoeding in de zaak tussen:

[verzoeker]

wonende in Curaçao,
verzoeker,
gemachtigden: mrs. M. Fowler-Davelaar en B.L. Lie Atjam, advocaten,
en

de Sociale Verzekeringsbank,

verweerster,
gemachtigde: mr. K.A. Martis, jurist bij verweerster.

Procesverloop

Bij brief van 22 mei 2020 heeft verweerster een productieplafond vastgesteld voor verzoeker inhoudende dat hij voor de periode vanaf 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 maximaal NAf 375.000,- en voor het kalenderjaar 2021 maximaal NAf 750.000,- aan verweerster mag declareren voor de door hem ten behoeve van BVZ-verzekerden verleende diensten (de bestreden beschikking).
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt bij verweerster en dit vervolgens aangevuld. Hangende dit bezwaar heeft verzoeker het Gerecht verzocht om een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot schorsing van de bestreden beschikking (het verzoek).
Verweerster heeft op 3 september 2020 het Gerecht geïnformeerd dat zij ambtshalve de uitvoering van de bestreden beschikking zal schorsen in afwachting van de beslissing op bezwaar.
Verzoeker heeft het verzoek ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling (het verzoek).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 50, tiende lid, van de Lar kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de desbetreffende partij is tegemoetgekomen, het betrokken overheidslichaam op verzoek van die partij bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten worden veroordeeld.
2. Naar het oordeel van het Gerecht biedt artikel 50, tiende lid, van de Lar geen grondslag voor een proceskostenveroordeling als hangende het verzoek om een voorlopige voorziening daaraan wordt tegemoetgekomen.
3. Het verzoek zal worden afgewezen.

Beslissing

De voorzitter
wijsthet verzoek
af.
Aldus vastgesteld door mr. N.M. Martinez, voorzitter, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2020, in tegenwoordigheid van mr. S.N. Aswani, griffier.
Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.