De zaak betreft het beheer van plantage Gato, een nalatenschap van vrijgegeven slaven uit 1809, waarvan de eigendom onduidelijk is door vele deelgenoten en onvindbare nazaten. Verzoekster stelt zich op als beheerder en wil exclusieve bevoegdheid over verhuur en huurinning. Verweerders betwisten haar afstamming en recht tot beheer.
Het gerecht oordeelt dat verzoekster niet als beheerder kan worden erkend omdat geen overeenkomst bestaat tussen deelgenoten en de eigendom nog niet is vastgesteld. Om rust te brengen onder huurders en partijen wijst het gerecht een onafhankelijke stichting aan als bewindvoerder over de plantage. De stichting krijgt exclusief recht op huurinning en beheer, met een beloning van 30% van de geïnde huurgelden.
De stichting moet jaarlijks verantwoording afleggen en publiceert haar bewind. Partijen worden verplicht medewerking te verlenen aan overdracht van administratie. De zaak wordt aangehouden tot evaluatie in januari 2021. De vorderingen van verweerders worden afgewezen en proceskosten worden gecompenseerd.