Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
.
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Omkering bewijslast
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende was van 2003 tot en met 2009 inwoner van de Nederlandse Antillen en woonde aanvankelijk op Curaçao. Vanaf 21 januari 2008 werkte hij op Bonaire, waar hij woonruimte had, maar hij bleef ingeschreven en had een duurzame persoonlijke band met Curaçao. De Nederlandse Antillen zijn op 10 oktober 2010 opgehouden te bestaan, waarna Curaçao een autonoom land werd.
De kern van het geschil betrof de vraag welk land heffingsbevoegd is voor de belastingjaren 2008 en 2009. Het Gerecht sloot aan bij artikel 36 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, waarin de relatieve competentie is geregeld. Omdat belanghebbende aan het begin van beide jaren woonde in Curaçao, was de inspecteur van Curaçao heffingsbevoegd.
Belanghebbende had de aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AVBZ voor 2008 en 2009 niet tijdig ingediend, waardoor verzuimboetes werden opgelegd. Deze boetes zijn passend en conform het boetebeleid van de Inspecteur. Hoewel het Hof het eerdere vonnis vernietigde en terugwees, verklaart het Gerecht nu de beroepen gegrond voor de aanslagen (met ambtshalve vermindering) en ongegrond voor de verzuimboetes.
Uitkomst: Curaçao is heffingsbevoegd voor belastingjaren 2008 en 2009; aanslagen gehandhaafd met ambtshalve vermindering, verzuimboetes gehandhaafd.