ECLI:NL:OGEAC:2020:43

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
23 maart 2020
Publicatiedatum
24 maart 2020
Zaaknummer
CUR201902498
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:319 BWArt. 8:1711 BWArt. 8:1712 BWArt. 8:1714 BWArt. 8:377 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens verjaring in vervoerovereenkomst tussen supermarkt en vervoerder

NCS exploiteert supermarkten op Curaçao en had met Streamlines een vervoerovereenkomst voor het vervoer van levensmiddelen vanuit Rotterdam naar Curaçao. Na vertragingen en bedorven goederen stelde NCS Streamlines aansprakelijk. Streamlines verweerde zich primair met een vervalbeding in de algemene voorwaarden en subsidiair met wettelijke verjaring.

De rechtbank oordeelt dat de vordering verjaard is omdat de wettelijke verjaringstermijn van één jaar na aflevering van de goederen op 6 oktober 2017 is gaan lopen en de stuiting door NCS op 2 mei 2018 slechts een nieuwe termijn tot 3 mei 2019 opleverde. Het verzoekschrift van NCS dateert van 15 juli 2019, na afloop van deze termijn.

Het beroep op het vervalbeding is niet inhoudelijk beoordeeld omdat de verjaring op basis van de wet reeds slaagt. NCS heeft onvoldoende feiten gesteld om het beroep op verjaring onredelijk te achten. De vorderingen worden afgewezen en NCS wordt veroordeeld in de proceskosten van Streamlines, inclusief nakosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De vordering van NCS wordt afgewezen wegens verjaring en NCS wordt veroordeeld in de proceskosten van Streamlines.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS
in de zaak van:
de besloten vennootschap
NEW CENTRUM SUPERMARKET B.V.,
gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. H.W. Braam,
en
de naamloze vennootschap
STREAMLINES N.V.,
gevestigd in Curaçao,
verweerster,
gemachtigde: mr. W. Princée.
Partijen worden hierna ook aangeduid als NCS en Streamlines.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop in de hoofdzaak blijkt uit:
- het verzoekschrift van 15 juli 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de e-mail van het gerecht van 28 januari 2020 met instructies voor de zitting;
- de aanvullende producties van Streamlines;
- de behandeling ter zitting van 13 maart 2020;
- de pleitnota’s namens beide partijen.
1.2.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
NCS exploiteert supermarkten op Curaçao.
2.2.
Gedurende meer dan tien jaar heeft Streamlines in opdracht van NCS goederen vervoerd vanuit Rotterdam naar Curaçao.
2.3.
In 2017 is tussen partijen een vervoersovereenkomst gesloten, op grond waarvan Streamlines zich heeft verbonden tot het vervoer van enkele containers met levensmiddelen vanuit Rotterdam naar Curaçao. Het ging onder andere om groente, fruit en vleeswaren.
2.4.
De toepasselijke Sea Waybills vermelden dat de algemene voorwaarden van Streamlines van toepassing zijn. Deze algemene voorwaarden bevatten onder andere de volgende bedingen:
  • een vervalbeding, inhoudende dat de vervoerder van aansprakelijkheid zal zijn ontslagen indien een rechtsvordering niet binnen twaalf maanden na aflevering van de goederen is ingesteld;
  • een exoneratiebeding, op grond waarvan de vervoerder niet aansprakelijk is voor welke schade ook die het gevolg is van vertraging in de aflevering.
2.5.
Het transport is op 15 augustus 2017 begonnen. Het schip waarmee de containers werden vervoerd heeft onderweg pech gekregen, als gevolg waarvan de containers op een ander schip moesten worden overgeladen. Ook dat schip heeft vanwege technische problemen vertraging opgelopen. De containers zijn op 5 oktober 2017 in Curaçao aangekomen. Op die dag zijn de goederen afgeleverd.
2.6.
Een groot deel van de goederen was bij aankomst in Curaçao bedorven.
2.7.
Bij brief van 2 mei 2018 heeft NCS Streamlines aansprakelijk gesteld. Op deze aansprakelijkstelling heeft Streamlines per mail van 4 mei 2018 gereageerd, waarna NCS op verzoek van Streamlines op 4 juni 2018 stukken heeft opgestuurd. Daarop heeft Streamlines op 12 juli 2018 gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
NCS vordert, samengevat, veroordeling van Streamlines bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van EUR 41.370,26, vermeerderd met de wettelijke rente en met proceskostenveroordeling.
3.2.
Streamlines voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van NCS in de proceskosten.

4.De beoordeling

4.1.
Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over de toepasselijkheid van het Curaçaose recht.
4.2.
Streamlines heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van NCS is komen te vervallen althans is verjaard. Zij beroept zich primair op het in 2.4 weergegeven vervalbeding. Subsidiair beroept Streamlines zich op de artikelen 8:1711 en 8:1712 BW.
4.3.
Het beroep op verjaring slaagt.
4.4.
Niet ter discussie staat dat NCS partij is geworden bij de vervoerovereenkomst inzake het vervoer door Streamlines van de containers naar Curaçao. Evenmin staat ter discussie dat de onderhavige vordering van NCS gegrond is op deze vervoerovereenkomst. Een dergelijke vordering verjaart in beginsel door verloop van één jaar (artikel 8:1711 BW Pro). De verjaringstermijn vangt aan op de dag na aflevering van de vervoerde goederen (artikel 8:1714 BW Pro). In dit geval zijn de goederen afgeleverd op 5 oktober 2017. De verjaringstermijn is dus op 6 oktober 2017 gaan lopen.
4.5.
De brief van (de advocaat van) NCS van 2 mei 2018 kan worden aangemerkt als een stuitingshandeling. Nadien is dus een nieuwe verjaringstermijn gaan lopen (artikel 3:319 BW Pro). Gesteld noch gebleken is dat nadien nieuwe stuitingshandelingen zijn verricht, zodat die nieuwe termijn op 3 mei 2019 is voltooid. Het inleidende verzoekschrift dateert van 15 juli 2019. Dat is dus na afloop van de verjaringstermijn. De vordering is verjaard.
4.6.
NCS heeft ter zitting gesteld dat het beroep van Streamlines op de in algemene voorwaarden opgenomen vervalbeding onredelijk is. Dit standpunt kan niet leiden tot een ander oordeel. In de eerste plaats geldt dat hierboven het subsidiaire beroep van Streamlines op verjaring is beoordeeld op basis van de wettelijke bepalingen, en niet het vervalbeding in de algemene voorwaarden. In de tweede plaats heeft NCS onvoldoende feiten gesteld om te kunnen concluderen dat het Streamlines niet vrij staat een beroep te doen op verjaring.
4.7.
Gelet op het hiervoor overwogene slaagt het subsidiaire beroep van Streamlines op verjaring. In het midden kan blijven of de vordering reeds vervallen is op grond van het vervalbeding in de algemene voorwaarden. De toepasselijkheid van die algemene voorwaarden kan dus ook onbesproken blijven. Hetzelfde geldt voor de vraag of Streamlines een beroep kan doen op het vervalbeding van artikel 8:1712 BW Pro en voor de vraag of de onderhavige “sea waybill” kan gelden als aan een cognossement gelijksoortig document in de zin van artikel 8:377 BW Pro.
4.8.
NCS zal worden veroordeeld in de proceskosten. De nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten zijn toewijsbaar zoals in het dictum vermeld. Geen grond ziet het gerecht voor toewijzing van een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt NCS in de proceskosten van Streamlines, begroot op
NAf 3.000 en in de nakosten van NAf 250 zonder betekening en NAf 400 met betekening van dit vonnis, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de 15e dag na datum van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;
5.3.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2020.