Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
24.097
-/- 23.520
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies voor het jaar 2012. Na handhaving van de aanslagen door de Inspecteur, diende belanghebbende op 12 januari 2018 beroep in tegen de uitspraak op bezwaar, ruim na de wettelijke termijn van twee maanden die op 19 mei 2014 eindigde.
Het Gerecht beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat het beroepschrift te laat was ingediend. Belanghebbende voerde geen bijzondere omstandigheden aan die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Op grond van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken werd het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Inspecteur had in het verweerschrift erkend dat een SVB-uitkering ten onrechte niet was meegenomen en dat een teruggaaf aan belanghebbende zou plaatsvinden, maar dit deed niet af aan de ontvankelijkheidskwestie.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het vonnis werd uitgesproken door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen op 16 maart 2020. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen twee maanden bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder verschoonbare omstandigheden.