Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende bezit sinds 2003 een stuk grond waarop zij een woning liet bouwen die in december 2005 gereed kwam. Het geschil betreft de vraag vanaf wanneer deze woning als hoofdverblijf kan worden aangemerkt voor de toepassing van renteaftrek bij de inkomstenbelasting. Belanghebbende stelt dat dit per 1 januari 2015 het geval is, terwijl de Inspecteur dit betwist en uitgaat van 1 juli 2015.
De Inspecteur baseert zijn standpunt onder meer op observaties dat de woning in april 2015 nog onbewoond was, het zeer lage energie- en waterverbruik tot juli 2015 en het ontbreken van gebruikelijke voorzieningen in de woning. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar centrale levensplaats reeds vanaf januari 2015 in de woning lag.
De Inspecteur heeft de renteaftrek voor de jaren 2015 en 2016 volledig geaccepteerd vanaf 1 juli 2015, en ook begunstigend beleid toegepast voor eerdere jaren. Het Gerecht concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt het standpunt van de Inspecteur. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de woning wordt vanaf 1 juli 2015 als hoofdverblijf aangemerkt.