ECLI:NL:OGEAC:2020:63
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over betaling kostenvergoeding en huur in kantoorcomplex tijdens hoger beroep
Horex huurde ruimtes in het kantoorcomplex van WTC en verzorgde cateringdiensten op basis van een overeenkomst waarin een maandelijkse kostenvergoeding was opgenomen. Horex betaalde maandelijks drie bedragen met de vermelding 'huur'. Het gerecht veroordeelde Horex tot betaling van NAf 316.000 aan WTC wegens niet-betaling van de kostenvergoeding, waarbij werd vastgesteld dat de betalingen betrekking hadden op huur en niet op de kostenvergoeding.
Horex stelde een executiegeschil aanhangig en vorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat het hoger beroep was beslist. Het gerecht paste het beoordelingskader toe dat een veroordeling uitvoerbaar bij voorraad is, tenzij zwaarwegende belangen anders bepalen of sprake is van een kennelijke misslag.
Horex voerde strijd met het vonnis wegens schending van het hoor en wederhoor en stelde dat WTC haar standpunt had gewijzigd. Het gerecht verwierp deze bezwaren en oordeelde dat geen kennelijke misslag aanwezig was. Ook woog het gerecht mee dat Horex geen concrete feiten had gesteld die haar belangen zwaarder maakten dan die van WTC bij uitvoering van het vonnis.
WTC bood aan zekerheid te stellen via een derdengeldenrekening, maar het gerecht zag geen reden om de executie te schorsen of zekerheid te gelasten. Horex werd veroordeeld in de proceskosten van WTC.
Uitkomst: De vordering van Horex tot schorsing van de executie van het vonnis wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van WTC.