Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ondernemerschap
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende verhuurt tien bungalows aan een gelieerde NV en voerde aan niet belastingplichtig te zijn voor omzetbelasting omdat zij geen ondernemer zou zijn en dat sprake zou zijn van een fiscale eenheid met de NV. Het Gerecht stelt vast dat belanghebbende deelneemt aan het economische verkeer en zelfstandig optreedt, waardoor zij als ondernemer wordt aangemerkt volgens de Landsverordening omzetbelasting 1999.
De stelling dat een fiscale eenheid bestaat wordt verworpen, aangezien de wettelijke bepaling die fiscale eenheden mogelijk maakte is vervallen en de wetsgeschiedenis en jurisprudentie aantonen dat fiscale eenheden niet onder de definitie van ondernemer vallen. De naheffingsaanslagen over de jaren 2012 tot en met 2016 zijn daarom terecht opgelegd.
Ten aanzien van de opgelegde verzuimboetes van 15% wordt geoordeeld dat het standpunt van belanghebbende niet pleitbaar is en dat de boetes niet passend zijn. Omdat geen aangiftebiljetten zijn uitgereikt, is er geen sprake van een verzuim om aangifte te doen. De boetes worden daarom gematigd tot NAf 2.000 per jaar.
Het Gerecht veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. Het beroep tegen de naheffingsaanslagen wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de boetes gegrond verklaard en de boetes verminderd.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting worden gehandhaafd, de verzuimboetes worden verminderd tot NAf 2.000 per jaar.