Uitspraak
FUNDASHON KORPORASHON PA DESAROYO DI KÒRSOU (KORPODEKO),
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Korpodeko verstrekte in 1992 een krediet aan QCS voor de financiering van een appartementencomplex, met borgstelling door de bestuurder en enig aandeelhouder van QCS. Na gebreke van QCS werd het appartementencomplex in 2015 geveild en de opbrengst pro rata verdeeld. Korpodeko vordert betaling van het restantbedrag plus rente en kosten van QCS en de borg.
Gedaagden voerden verjaring aan, maar dit beroep werd verworpen op grond van de wettelijke bepalingen omtrent verjaring bij hypotheekrecht en stuitingshandelingen die na 2011 plaatsvonden. De rechtbank oordeelde dat de samengestelde rente van 10% per jaar terecht werd berekend en dat de administratie van Korpodeko als uitgangspunt geldt.
Gedaagden betwistten enkele betalingen en kosten, waaronder kosten van een procedure tegen de echtgenote van de borg, die onredelijk werden geacht en daarom niet ten laste van QCS mochten komen. De borg is gehouden tot betaling, maar alleen met wettelijke rente. Betalingen door borg en QCS worden onderling verrekend. Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van het saldo, rente, proceskosten en worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld.
Uitkomst: QCS en borgsteller worden veroordeeld tot betaling van het restantkrediet met rente en proceskosten, met verrekening tussen partijen.