ECLI:NL:OGEAC:2020:71

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
30 maart 2020
Publicatiedatum
8 april 2020
Zaaknummer
CUR201804328
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 60 RvArt. 136 Procesreglement Civiele Zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschonken bestuurder aansprakelijk voor schade aan lease-auto werkgever na verkeersongeval

In deze civiele zaak vordert eiseres, een onderneming gevestigd te Curaçao, vergoeding van schade aan een lease-auto die door haar werknemer, gedaagde, onder invloed van alcohol is beschadigd bij een verkeersongeval. Gedaagde was als apotheker in dienst en had een Suzuki Grand Vitara ter beschikking gesteld gekregen. De auto werd als total loss beschouwd na het ongeval.

Eiseres baseert haar vordering op onrechtmatige daad en stelt dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade, ondanks dat de leasemaatschappij de dekking op de verzekering heeft geweigerd wegens het alcoholgebruik van gedaagde. Gedaagde betwist aansprakelijkheid richting eiseres en de hoogte van de schadevergoeding.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiseres, omdat het economisch risico van de auto bij eiseres lag. De arbeidsovereenkomst beperkt de aansprakelijkheid niet. De schade wordt begroot op NAf 45.000, gebaseerd op de catalogusprijs en de korte gebruiksduur van de auto. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van NAf 45.000 schadevergoeding en bijkomende kosten aan eiseres.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
VONNIS
in de zaak van:
BETTINA N.V.,
gevestigd te Curaçao,
eiseres,
gemachtigden: mrs. Th. Aardenburg en S.X.T. Hato,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Hazerswoude-Dorp, Nederland,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez.

1.1. Het procesverloop

Eiseres heeft op 19 december 2018 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens is tot en met dupliek geconcludeerd. Vonnis is bepaald op heden.

2.De feiten

In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten:
a. a) Gedaagde is als apotheker in dienst geweest bij eiseres. In dat kader is hem op 22 juni 2018 door eiseres een nieuwe Suzuki Grand Vitara 2018 ter beschikking gesteld. Eiseres had de auto geleased bij Uralco.
b) Op 6 augustus 2018 heeft gedaagde op de Kaminda Monica Kapel-Matheeuw te Curaçao met de auto een ongeluk veroorzaakt, met onder meer tot gevolg dat de auto als ‘total loss’ moest worden beschouwd.
c) Gedaagde had op het moment van het ongeluk te veel alcohol gedronken. Hij is daarvoor door de strafrechter in eerste aanleg veroordeeld. Hij is in hoger beroep gegaan.
d) Uralco had de auto all-risk verzekerd bij Massy. Massy heeft met een beroep op de polisvoorwaarden Uralco dekking voor de schade aan de auto ontzegd.
e) Uralco heeft eiseres aansprakelijk gesteld voor de schade aan de auto voor een bedrag van NAf 47.916,67 (door Uralco aan eiseres gefactureerd als een koopsom inclusief OB).
f) Gedaagde heeft geen gevolg gegeven aan verzoeken van eiseres tot vergoeding van dat bedrag. Eiseres heeft ter verzekering van haar vordering in Nederland conservatoir beslag gelegd ten laste van gedaagde onder AbnAmro.

3.De vorderingen en het verweer

3.1
Eiseres vordert gedaagde bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van:
i. NAf 47.916,67, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2018;
ii. NAf 1.875 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de beslagkosten;
iii. de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2
Gedaagde voert verweer.
3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling voor zover nodig ingegaan.

4.De beoordeling

4.1
Het gerecht heeft in deze zaak rechtsmacht nu het een vordering uit onrechtmatige daad betreft en het schadebrengende feit zich in Curaçao heeft voorgedaan.
4.2
Eiseres spreekt gedaagde aan tot vergoeding van schade. Zij stelt haar schade op het bedrag waarvoor zij door Uralco, de leasemaatschappij, is aangesproken.
4.3
Gedaagde verweert zich in de eerste plaats met de stelling dat hij hooguit jegens de bij het ongeluk betrokken slachtoffers onrechtmatig heeft gehandeld, niet jegens eiseres. Dat verweer kan niet slagen. Een feit van algemene bekendheid is dat verzekeraars dekking uitsluiten voor schade aan de verzekerde auto veroorzaakt door een beschonken bestuurder. Dat gedaagde zoals hij aanvoert de polisvoorwaarden niet had ontvangen, legt geen gewicht in de schaal. Door onder invloed van alcohol een ongeluk te veroorzaken en daarbij de auto te beschadigen, heeft gedaagde niet alleen jegens de slachtoffers en de eigenaar van de auto onrechtmatig gehandeld, maar ook jegens eiseres, bij wie op grond van het leasecontract in dit geval het economisch risico met betrekking tot de auto lag.
4.4
Gedaagde betwist de hoogte van de schade. Omdat zijn arbeidsovereenkomst bepaalt dat hem een auto ter beschikking zal worden gesteld ‘tot een nieuwwaarde van maximaal Afl. 45.000’, kan hij volgens gedaagde niet worden aangesproken voor een hoger bedrag. Gedaagde kan hierin niet worden gevolgd. Het in de arbeidsovereenkomst opgenomen bedrag van NAf 45.000 heeft niet het karakter van een aansprakelijkheidsbeperking en kan niet afdoen aan de schadeplichtigheid van gedaagde wegens onrechtmatig handelen.
4.5
Voorts stelt gedaagde dat niet kan worden uitgegaan van de nieuwwaarde van de auto, hetgeen eiseres doet, maar dat de dagwaarde van de auto op 6 augustus 2018 bepalend is. De dagwaarde heeft gedaagde zelf naar hij stelt niet kunnen achterhalen. Eiseres heeft in reactie op dit verweer gewezen op het feit dat de auto ten tijde van het ongeluk pas anderhalve maand in gebruik was. Zij heeft daarbij het leasecontract en de door gedaagde getekende afleveringsbrief overgelegd. Het leasecontract vermeldt als ‘catalogusprijs’ NAf 45.900. Gelet op die catalogusprijs en het verweer van gedaagde over de waarde van de auto, had het op de weg van eiseres gelegen nader uit te leggen op welke grond Uralco gerechtigd is het bedrag van NAf 47.916,67 op eiseres te verhalen. Bij gebreke van die nadere uitleg, is niet het gehele gevorderde bedrag toewijsbaar. Met inachtneming van de cataloguswaarde en het gegeven dat de auto op de dag van het ongeluk vrijwel nieuw was, zal het gerecht de door eiseres geleden schade begroten op NAf. 45.000. Dat bedrag zal worden toegewezen.
4.6
Haar vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten heeft eiseres met verwijzing naar de door haar gemachtigde verzonden sommaties en de verhaalsacties in Nederland voldoende onderbouwd. Gelet daarop en gelet op het bepaalde in artikel 136 onder Pro III Procesreglement Civiele Zaken, zal aan het op dit punt door gedaagde gevoerde verweer worden voorbijgegaan en zal het door eiseres gevorderde bedrag worden toegewezen.
4.7
Gedaagde zal op de voet van artikel 60 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij het gemachtigdensalaris zal worden geliquideerd op basis van 3 punten, tarief 5.

5.Beslissing

Het gerecht:
5.1
veroordeelt gedaagde aan eiseres te betalen NAf 45.000, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2018 tot de dag der algehele voldoening;
5.2
veroordeelt gedaagde aan eiseres te betalen NAf 1.875 aan buitengerechtelijke incassokosten en EURO 576,82 aan beslagkosten;
5.3
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres begroot op NAf 750 aan griffierecht, NAf 289 en EUR 77,54 aan oproepingskosten en NAf 3.750 voor salaris gemachtigde, deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;
5.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2020.