Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
[eiseres],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
zes wekenna kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres verzocht op 17 oktober 2001 om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging, welke door verweerder op 12 april 2002 werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar op 22 oktober 2018 niet-ontvankelijk verklaard. Tijdens de procedure verleende verweerder op 12 februari 2019 een tijdelijke verblijfsvergunning voor arbeid aan eiseres.
Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, nu eiseres reeds een verblijfsvergunning bezit. Eiseres voerde aan dat er sprake was van een verblijfsgat sinds haar oorspronkelijke aanvraag, dat een vergunning voor onbepaalde tijd in de weg stond.
Het Gerecht oordeelde dat het verkrijgen van een andere reguliere verblijfsvergunning betekent dat eiseres heeft bereikt wat zij met het beroep nastreefde. Het gestelde belang bij een vergunning voor onbepaalde tijd is onzeker en kan niet leiden tot een ander oordeel zolang de verleende vergunning geldig is.
Daarom verklaarde het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen vergoeding van griffierecht toegekend en geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiseres reeds een tijdelijke verblijfsvergunning heeft.